|
inleiding |
reisverhaal |
gastenboek |
menu
begin reisverhaal | vorige pagina | volgende pagina |
  | |
29 augustus 2003Deze ochtend doen we lekker rustig aan. We liggen bij de tent te zonnen en te lezen met het plan om 's middags Fort Boyard te gaan bekijken. Dit fort kennen we nog van een spelshow op televisie van een paar jaar terug en nu we toch in de buurt zijn, willen we het wel eens in het echt zien. ![]() Zodoende rijden we na de lunch naar Boyardville dat aan de westkust van Oléron ligt. We parkeren de auto in de schaduw en lopen naar het strand. Het weer is vandaag redelijk mooi, maar toch is het op het strand erg rustig. Het drukke vakantieseizoen is duidelijk al voorbij. Vanaf het strand kun je Fort Boyard al zien liggen in de verte. Het ligt eerlijk gezegd verder weg dan ik verwacht had. Je kunt de elips vorm wel duidelijk herkennen, maar details haal je er niet echt uit. We blijven nog even op het strand hangen en lopen daarna terug naar het dorp. Eens kijken of we naar het fort toe kunnen gaan. Helaas blijkt dat Fort Boyard niet te bezoeken is. Erg jammer, maar je kunt wel op zo'n vijfhonderd meter afstand langs het fort varen met een veerdienst of rondrit. Maar twaalf euro per persoon om er alleen langs te varen, vinden we een beetje zonde van het geld. We zullen het moeten doen met de foto's vanaf het strand. We wandelen hierna nog even rond door Boyardville, maar dit dorpje is verder niet zo bijzonder. We pakken de auto weer en gaan een rondje over het eiland rijden. In 1661 bouwde Colbert op verzoek van Louis XIV het arsenaal van Rochefort. Om de rede van Aix te beschermen waar de schepen uit het arsenaal werden bewapend werd het plan opgevat een fort te bouwen tussen de eilanden Aix en Oléron. Maar vanwege de zanderige bodem is bouwen onmogelijk en wordt het project gestopt. Deze afwezigheid van verdediging maakte het mogelijk dat de Engelsen in 1757 het eiland Aix veroverde, waarmee eens temeer duidelijk werd hoe kwetsbaar Rochefort was. Het plan is toen weer op tafel gekomen, maar werd enkele keren afgeblazen vanwege onoverkomelijke problemen zoals ongeschikte bouwgrond en hoge kosten. In juni 1801 wordt het idee opnieuw naar boven gebracht. Het plan wordt op 4 februari 1803 goedgekeurd door de Eerste Consul Bonaparte (Napoleon Bonaparte) en in 1804 begint men met de bouw van de fundering 5 meter onder zeeniveau. De bouw gaat langzaam omdat men maar enkele uren kan werken vanwege de sterke stroming tijdens vloed. In 1809 wordt de bouw uitgesteld vanwege technische moeilijkheden. Pas in 1841 gaat de bouw weer verder, nu met een andere techniek die het mogelijk maakt sneller te werken. Hierdoor is in 1848 de fundering klaar die twee meter boven zeeniveau uitkomt. De bouw van het fort begint het volgende jaar en zal tien jaar later voltooid zijn, precies op het ogenblik dat de betere boordartillerie hem overbodig maakte en Engeland niet langer de vijand is. Het elliptische Fort Boyard is 68 meter lang, 31 meter breed, 20 meter hoog en heeft drie verdiepingen met in het midden een binnenplaats. Het heeft een waterreservoir voor 300 000 liter, verschillede munitie opslagkamers, kruit opslag kamers, 74 vuurwapens, een keuken en voedsel opslagkamers. Hiermee kan het fort een garnizoen van 260 man twee maanden voeden en herbergen.
Het nutteloze fort wordt uiteindelijk als gevangenis gebruikt. Pruisische en Oostenrijkse soldaten werden hier opgesloten tijdens de 1870 oorlog. In 1913 verlaat de laatste soldaat het fort. Tegen het begin van de eerste wereld oorlog raakte het fort bijna voor altijd verloren. Het was enorm beschadigd en viel ten prooi aan plunderaars. In 1950 werd Fort Boyard gered door de registratie in de Inventaire Supplémentaire des Monuments Historiques (Additionele Inventarisatie van Historische Monumenten). Geografische coordinaten Fort Boyard: 46°00'00" N / 01°12'40" W Meer info: www.charente-maritime.org (Engels)
Via Boyardville rijden we door het bos ten noorden van het dorp. Volgens de kaart is dit namelijk een mooie route. En dat is die ook zeker, maar wat de kaart niet aangeeft is dat het een doodlopende weg betreft. De weg gaat alleen maar naar enkele parkeerplaatsen voor strandbezoekers. Hier lopen wij dus ook nog even het strand op voor het uitzicht. Vanaf dit strand zien we een andere zijde van Fort Boyard. Toch leuk. We gaan de auto weer in en, omdat we geen keus hebben, rijden we dezelfde weg terug naar Boyardville. Vervolgens rijden we zo veel mogelijk langs de westkust richting het noorden. We pakken echt de allerkleinste weggetjes die op de kaart staan en rijden zodoende door net zo kleine dorpjes heen, zoals Foulerot en Les Boulassiers. Zo is het kaartlezen tenminste ook nog interessant. Ook krijgen we zo een aardige indruk van het dagelijks leven van de bewoners van Ile d'Oléron. Onderweg zien we erg veel schitterende huizen. ![]() Via La Bree-les-Bains en Saint Denis rijden we door naar Chassiron. Vanaf de weg is de zwart witte vuurtoren van Chassiron al duidelijk te zien, dus rijden we op af. Het is duidelijk een nogal populaire toeristische attractie, want er is behoorlijk wat volk op de been. We lopen een rondje om de vuurtoren heen en vervolgens lopen we verder richting de zee. Vanaf de rand van de klif zien we de golven na elkaar hard tegen de rotsen van de kust beuken. Hier waaien we even lekker uit en staren we rustig de zee in. Zo krijg je het echte vakantiegevoel wel te pakken. Toch wel vreemd om te zien dat de zee hier zo tekeer gaat met z'n hoge golven, terwijl we net nog bij Boyardville op een strand stonden met mini-golfjes. Deze kant van het eiland is een behoorlijk stuk ruiger. Op dit uiterste puntje van Ile d'Oléron zijn verder nog sporen te zien van de laatste oorlog. Verder zie je bij eb ook delen van oude muurtjes die ooit gebruikt zijn bij het vissen. Bij hoog water zwemmen de vissen over de muurtjes, maar zodra het water weer begint te zakken, houden de muurtjes de vissen tegen en zijn ze gemakkelijk te vangen met een schepnet. Simpel, maar doeltreffend. Nadat verscheidene schepen strandde op de rotsen van Pointe de Chassiron (voorheen genaamd "Le Bout du Monde" oftewel "Het Einde van de Wereld") en Antioche stelde Colbert de bouw van de eerste drie vuurtorens van Frankrijk voor: Phare de Cordouan ter hoogte van het estuarium van de Gironde, Phare des Baleines op Ile de Ré en Phare de Chassiron. De bouw van de vuurtoren van Chassiron begint in 1682 en is drie jaar later klaar. Na eerst op hout gewerkt te hebben, worden in 1716 de vuurhaarden vervangen door kolenkachels die ieder per avond 80 kilo kolen verbruiken. In 1778 worden de kolenkachels vervangen door olielampen. Deze 33 meter hoge vuurtoren heeft 150 jaar dienst gedaan. Op 4 september 1834 wordt de eerste steen gelegd van de nieuwe vuurtoren die de oude toren moet vervangen. Deze vuurtoren wordt honderd meter verder landinwaarts gebouwd dan de oude vanwege het afbrokkelende klif. De funderingen hebben een diameter van 18 meter en een diepte van 3 meter. De stenen, die ook voor de bouw van de kathedraal van Keulen en de sokkel van het Vrijheidsbeeld werden gebruikt, komen uit de steengroeve van Crazannes. Op 1 december 1836 wordt de huidige vuurtoren van Chassiron voor het eerst ontstoken. Vanaf dat moment heeft de 46 meter hoge vuurtoren achtereenvolgens gewerkt op koolzaad olie, mineraal olie, acetyleengas en uiteindelijk sinds 1930 op electriciteit. Vandaag de dag zijn de lichtbundels bij helder weer tot op zo'n 52 kilometer zichtbaar. Oorspronkelijk was de vuurtoren van Chassiron wit geschilderd, maar dit maakte de vuurtoren bij grijzig weer slecht te onderscheiden van de Phare des Baleines op Ile de Ré. Na het eerste ongeluk in 1905 en vele klachten van scheepvaarders is op 13 november 1925 besloten zwarte banen te schilderen op de vuurtoren. In een kamer bij de ingang van de vuurtoren is een klein museum over de geschiedenis van de vuurtoren van Chassiron. Ook kun je de toren beklimmen en na 224 treden heb je een schitterend panoramisch uitzicht over de kust en het eiland met Fort Boyard en Tour d'Antioche in de verte. Geografische coordinaten Phare de Chassiron: 46°02'50" N / 01°24'30" W Meer info: www.bernezac.com (Frans, Engels)
Langs de oostkust van Oléron rijden we weer terug naar de camping. Ook dit is een mooie route, maar heel anders dan de westkust. Aan deze kant van het eiland liggen veel minder dorpjes, waardoor je schitterende uitzichten over de Atlantische Oceaan hebt. |
||
|
begin reisverhaal | vorige pagina | volgende pagina |