inleiding | reisverhaal | route | reisinformatie en tips | gastenboek | menu
begin reisverhaalvorige paginavolgende pagina

 

22 mei 2004

Het is zaterdag 22 mei en wij zijn vandaag dus precies één maand getrouwd! Onze eerste huwelijksjubileum... ;-)

Gisteren dus een regenachtige dag in Wells Gray Provincial Park gehad. Vandaag is het gelukkig droog, maar verder helaas niet veel beter. 's Ochtends rond tien uur vertrekken we van de camping in Clinton en rijden we via highway 97 (Cariboo Highway) verder naar Lillooet, het beginpunt van de vroegere Cariboo Wagon Road. Na een klein half uur rijden komen we al aan bij de eerste stop van vandaag, namelijk de historische Hat Creek Ranch. Net als 100 Mile House, was dit ten tijde van de Cariboo goldrush een rustplaats voor mens en paard. Duizenden goudzoekers en kolonisten passeerden toen Hat Creek Ranch op weg naar de goudvelden in het noorden. Hat Creek Ranch is nu een openlucht museum vol met gerestaureerde historische gebouwen die langs de Cariboo Wagon Road stonden.

de saloon van Hat Creek House

In het museumdorp lopen we onder andere langs het oude Hat Creek House dat in 1861 door Donald McLean gebouwd is. Een kleine groep scholieren krijgt net een rondleiding door het huis, dus wij sluiten ons er stilletjes bij aan. Hat Creek House blijkt jarenlang als woonhuis en hotel gefungeerd te hebben. Aan de versleten vloerplanken bij de ingang de ontvangstkamer annex bar (hotel saloon) is duidelijk te zien dat hier door de jaren heen duidenden mensen binnen gekomen zijn. De sfeer hangt er gewoon nog een beetje. We hebben geluk dat we met de groep scholieren kunnen meelopen, want normaal gesproken worden er zo vroeg in het seizoen nog geen rondleidingen gegeven. Wij vinden het in ieder geval erg interessant.

originele paardenkoets van de B.C. Express Stage Line

Na de rondleiding lopen we nog langs de werkplaats van de smid, de leermakerij, oude paardenstallen en diverse winkels. Uitgebreid bekijken we een originele paardenkoets van de B.C. Express Stage Line. In het hoogseizoen lopen over het terrein van Hat Creek Ranch medewerkers rond, in kleding uit de tijd van de goldrush, die vertellen over het leven op Hat Creek House. Je kunt dan ook een ritje maken in een oude paardenwagen. Nu moeten we het doen met de informatie bordjes die bij de meeste gebouwen staan.



Aan de rand van Hat Creek Ranch is een dorp van de Shuswap indianen zo authentiek mogelijk nagebouwd. De Shuswap zijn de eerste mensen die zich vestigden in de Bonaparte vallei, waar later ook Hat Creek Ranch gebouwd is. In het dorp staat onder andere een pit house, ook wel kekuli genaamd. Dit is een winterverblijf half onder de grond waarin meerdere gezinnen kunnen verblijven. Een kekuli heeft twee openingen. Het gat in het dak wordt niet alleen als rookgat gebuikt, maar ook als ingang door de mannen. Daarbij gebruiken ze een paal met inkepingen als ladder. Ouderen, vrouwen en kinderen gebruiken de lage ingang aan de grond.

kekuli (winterverblijf) van de Shuswap indianen binnen in de kekuli

Hat Creek Ranch vinden we allebei een aanrader, vooral door de toevoeging van het Shuswap indianendorp. Zo'n twee en een half uur lopen we rond over het terrein. Door het grauwe weer hebben we wel behoorlijk koude handen gekregen, dus voordat we weer op pad gaan, nemen we in de kantine een kop warme chocolademelk met wat lekkers. De homemade mixed berry muffin kan ik aanbevelen. Jummie!

Eenmaal weer in de camper rijden we verder richting Lillooet, nu over highway 99 (Duffey Lake Road). Na een paar kilometer begint het te regenen. Gelukkig is het tijdens ons bezoek aan de Hat Creek Ranch droog gebleven. Maar ondanks de regen en de donkere wolken is de omgeving prachtig. De Duffey Lake Road (loopt van Lillooet naar Pemberton) is een erg mooie route over de Coast Mountains en langs kleine meertjes. De weg is wel een uitdaging met herhaaldelijk slecht wegdek, steile stukken en krappe bochten. Maar, misschien hierdoor, is het wèl lekker rustig op de weg. Het afgelopen uur zijn we maar drie auto's tegengekomen. Wanneer we in Lillooet aankomen, stoppen we bij het bezoekersinformatiecentrum wat vervolgens ook een klein en rommelig, maar leuk, museum blijkt te zijn. Ze hebben hier werkelijk alles wat ze maar een beetje interessant vonden bij elkaar gezet. De vloer, tafels en wanden hangen/staan helemaal vol met historisch prul, maar het is leuk om doorheen te struinen. Zo zien we op de grond zelfs twee elandgeweien liggen die helemaal in elkaar verstrikt zijn. Het verhaal is dat de elanden, die bij de geweien hoorden, in hun benarde positie terecht kwamen toen ze met elkaar aan het vechten waren. Doordat ze verstrikt raakten, zijn beide elanden uiteindelijk gestorven van de honger. Bizar toch? Na even rondgekeken te hebben, vragen we of er verder nog wat leuks te doen of wat interessants te zien is in Lillooet. Volgens de baliemedewerkster is er buiten dit museum, als het regent, niet zoveel te doen hier, maar, vertelt ze erbij, de bewoners hier zijn juist blij dat het regent, want het is al zó lang droog geweest. Wij zijn minder enthousiast. In een toeristenkrantje van de regio zien we een leuke wandeling staan, dus doen we die. De wandeling, die de 'Golden Mile of History' heet, gaat langs de historische gebouwen van Lillooet, maar in plaats van lopend, besluiten we, vanwege de regen, de tocht per camper te doen.

De route begint bij de historische gedenksteen 'Mile 0', het gedenkwaardige beginpunt van de Cariboo Wagon Road. Het is een saai, stenen monument, maar we bekijken het even goed. Het gaat tenslotte om een stukje geschiedenis van deze streek. Door de hoofdstraat van Lillooet rijden we vervolgens langs verschillende gebouwen op de route, maar deze gaan zo snel voorbij wanneer je de wandeling per camper doet, dat we er weinig van zien. Maakt niet uit, we rijden door. We slaan een zijweg in naar de Hangmans' Tree. Deze willen we zeker zien. Aan deze boom schijnen vroeger namelijk acht mannen te zijn opgehangen. Beetje luguber misschien, maar deze boom heeft wèl een verhaal. Het is even zoeken, maar wanneer we bij de boom aankomen, blijkt deze te zijn omgehakt. Ook lezen we van een informatiebord nog eens dat de tak waaraan het wurgtouw ooit hing inmiddels is weggerot. Tja, zo maakt de boom wel erg weinig indruk. Een beetje gedesillusioneerd rijden we weer verder.

Een oude hangbrug is de volgende stop. Zodra we de hangbrug bereiken, is gelijk duidelijk dat deze brug al een tijdje niet meer in gebruik is. De weg eroverheen is afgezet met een betonnen vangrail. Maar al zouden we over de brug kunnen rijden, dan doen we het nog niet, want de brug ziet er véél ouder uit dan dat hij werkelijk is. Ter vervanging van de veerboot is in 1913 de hangbrug gebouwd. Sinds deze brug vervangen is door een nieuwere, heet het de 'old suspension bridge' oftewel 'oude hangbrug'. Weinig originele naam, maar wel duidelijk. Op het parkeerterreintje naast de brug lunchen we en daarna rijden we weer terug naar het centrum van Lillooet. De oude hangbrug is namelijk het eindpunt van de 'Golden Mile of History'.

Jeroen op de boomstammen in Duffey Lake

We rijden de Duffey Lake Road weer op. Vanaf Lillooet volgt de snelweg Cayoosh Creek en na zo'n veertig kilometer zien we Duffey Lake liggen, waarin Cayoosh Creek eindigd. Deze kant van het meer ligt vol met grote boomstammen. Ze hebben blijkbaar het transport naar de houtfabriek niet gehaald... of ze moeten nog opgehaald worden. We rijden de eerste de beste parkeerplaats op om dit van dichterbij te kunnen bekijken. Het meer is hier erg ondiep, waardoor de boomstammen veelal vast liggen op de bodem. Je kunt hier dus een heel eind over de boomstammen lopen, redeneren we, en we kunnen dat vervolgens dus ook niet laten. Voorzichtig lopen we over de enorme boomstammen. Eerst nog langzaam met gespreide armen, om het evenwicht dat we hebben vooral te behouden, maar al snel huppelen we, bij wijze van spreken dan, zelfverzekerd van boomstam naar boomstam. Een tiental meter van de kant vinden we het welletjes en lopen we, een ervaring rijker, weer terug. Omdat ik niet helemaal overtuigt ben van mijn evenwichtskunsten, heb ik uit voorzorg m'n fotocamera maar in de camper gelaten. Maar ja, omdat ik hiervan natuurlijk wèl een foto wil, mag Jeroen nog een keertje terug de boomstammen op om te poseren.

Na deze leuke stop rijden we weer verder over de bochtige en bumpy Duffey Lake Road. Hmm, bij het remmen begint het stuur van de camper te schokken. Het wordt steeds erger, dus bij de eerst volgende mogelijkheid zetten we de camper aan de kant van de weg. Pffew, bij het uitstappen ruiken we meteen een typische verbrande-rubber-lucht. Dat is vast niet goed. We lopen een rondje om de camper heen en zien wat rook komen vanachter het linkerachterwiel. Jeroen duikt de camper onder en ziet dan dat de rook bij de rem vandaan komt. Nee hè! M'n eerste reactie is dat we Fraserway, het verhuurbedrijf, moeten bellen. Op dat moment zie ik dat het al vijf voor zes is en op zaterdag zijn ze vast niet na zessen open. Zondag zijn ze zeker weten dicht. Allerlei doemscenario's duiken in m'n hoofd. Snel pak ik onze GSM erbij... hè, wat duurt het lang voordat zo'n ding aan gaat. Argh!!! Uiteraard heeft juist nu de mobiele telefoon geen bereik èn zijn we nog zo'n dertig kilometer verwijderd van het dichtstbij gelegen dorp. Goed, even rustig nadenken dan maar. We besluiten een passerende auto aan te houden en om raad te vragen. Echt veel auto's rijden niet op deze weg. Het duurt dus even, maar de eerste passant stopt voor ons. We doen ons verhaal waarop de man achter het stuur antwoord dat het oververhitting van de remmen is. "Gewoon een beker koud water overheen gooien om het af te koelen en verder rijden in een lagere versnelling". Hm, oververhitting van de remmen, daar heeft hij wel een punt. Door al die steile afdalingen moest Jeroen inderdaad veel remmen. De camper is een automaat, dus remmen op de motor gaat dan niet echt. Maar koud water over hete remschijven gooien lijkt ons niet zo'n goed idee. In plaats daarvan maken we van de nood een deugd en lassen we een pauze in zodat de remmen tijd krijgen om af te koelen. We hebben ons huis toch bij ons, dus pakken we een goed boek, een glas drinken met wat lekkers erbij en ploffen we neer op de bank.

met de camper over Duffey Lake Road

Na een half uurtje lezen besluiten we het weer te gaan proberen. In de eerste versnelling rijden we weg van onze stopplaats en vervolgen zo langzaam onze weg over Duffey Lake Road. Zelfs nu moet Jeroen nog af en toe bijremmen. Een camper weegt natuurlijk behoorlijk veel en dat gewicht wil de helling wel af, maar bij het remmen schokt het stuur in ieder geval niet meer. Goed teken, toch? We hebben intussen de alarmlichten aangedaan, want we rijden maar zo'n tien tot twintig kilometer per uur. Dan treffen we een berg met een afdaling van 15% en weer moeten we flink bijremmen. Echt ontspannen rijden is dit niet. Onderaan de berg stoppen we weer aan de kant van de weg om de remmen nog maar eens te controleren. Geen rook te zien. Goed, het is inmiddels alweer bijna half zeven, dus op zoek naar een camping en hopen dat we onderweg geen bergen meer tegenkomen.

In Pemberton, het eerste dorp dat we na dit avontuur tegenkomen, vinden we geen camping, dus rijden we door naar Whistler. Dat betekent weer de bergen in, maar we hebben er weer wat meer vertrouwen in, dus we gaan ervoor. In héél Whistler is vervolgens welgeteld één camping te vinden. Een ontzettend dure camping trouwens en, met ons geluk van vandaag, blijkt de camping ook nog eens helemaal vol te zijn. Veel Canadezen hebben een lang weekend vanwege Victoria Day komende maandag (geboortedag van Queen Victoria, dus een soort koninginnedag, op de maandag voor 25 mei) en trekken er op uit. Dit weekend wordt trouwens vaak de May Long Weekend genoemd. Whistler, maar zo'n twee uur rijden van Vancouver, is één van de bekendste wintersportplaatsen in Canada en voor veel mensen in Vancouver dus een ideale locatie voor een lang weekend weg. De camping schijnt een paar weken geleden al helemaal volgeboekt te zijn. Wel kunnen we terecht op een unserviced spot, maar dat blijkt een plekje op een gravel parkeerterrein te zijn zonder faciliteiten. Daar durven ze vervolgens dan nog gewoon $25,- per nacht voor te vragen. No, thank you very much, dat lijkt ons niet zo'n goed idee. We stappen de camper weer in en rijden terug richting Pemberton. Tussen Whistler en Pemberton in ligt namelijk provinciaal park Nairn Falls en we hopen op een campingplekje daar. Campings in een provinciaal park hebben doorgaans ook geen faciliteiten zoals stromend water en elektra, maar je staat er wel héél wat mooier en rustiger dan op een parkeerterrein in Whistler... en goedkoper ook. Even later rijden we de camping op en speuren we naar een plekje. Het is hier ook behoorlijk druk, maar na even zoeken zien we een vrije plaats. Zo te zien hebben we hier geluk mee, want even later rijd de camper die net na ons de camping op kwam al voor de derde keer langs op zoek naar een plekje.

Het is inmiddels acht uur wanneer we beginnen met koken. Terwijl ik nog bezig ben met het eten, komt er al iemand langs om het campinggeld te innen ($14,- voor één nacht). Na het eten nog even wat lezen en een spelletje spelen. Daarna vroeg naar bed, want morgen willen we gaan skiën (Jeroen) c.q. snowboarden (ik) in Whistler en daar willen we uitgerust voor zijn.


Aantal gereden kilometers vandaag:  289 km

route 22 mei

begin reisverhaalvorige paginavolgende pagina