|
inleiding |
reisverhaal |
route |
reisinformatie en tips |
gastenboek |
menu
begin reisverhaal | vorige pagina | volgende pagina |
  | |
21 mei 2004Vandaag staan we half negen op. Een uur of twee geleden heeft het ontzettend hard geregend en buiten is alles nog drijfnat, maar nu schijnt er al weer een zwak zonnetje. We ontbijten op ons gemak en vertrekken, net na half negen, van de camping voor een bezoek aan Wells Gray Provincial Park dat ten noorden van het plaatsje Clearwater ligt. Het is nog geen tien kilometer rijden tot aan Clearwater dus we zijn er zo. Wanneer we bij het bezoekersinformatiecentrum in Clearwater aankomen, blijkt dat we vanmorgen vroeger dan nodig zijn opgestaan aangezien het informatiecentrum zijn deuren pas om tien uur opent. Dat betekent nu voor ons ruim een uur wachten waar we weinig zin in hebben, dus besluiten we een rondje door Clearwater te rijden. Clearwater hebben we echter snel gezien en in no-time staan we weer op het parkeerterrein voor het informatiecentrum te wachten tot het tien uur is. We vervelen ons en als we ons vervelen, worden we ongeduldig. Ik stap uit de camper en loop naar het informatiecentrum om dan maar wat posters en aanplakbiljetten te lezen. Wie weet staat er nog wat interessants tussen. Niet dus. Dan toch de deur maar eens proberen en warempel... die zit dus niet op slot. Ik werp een blik van verbazing naar Jeroen in de camper en stap het gebouw binnen. Ik neem een paar treden van de trap, maar alle lichten in het gebouw zijn uit en er is niemand te zien. Net wanneer ik me om wil draaien om weg te gaan, hoor ik boven iemand. Langzaam loop ik toch maar de trap verder op. In een klein kantoortje in de hoek brand licht. Gelukkig zit er ook iemand, want ik begin me onderhand net een inbreker te voelen. De man in het kantoortje kijkt op en is zichtbaar verbaasd mij te zien. Ik zet m'n meest onschuldige gezicht op en vraag of ze al open zijn. "Nee, nog niet", antwoord hij, "pas over een half uur". Maar wanneer ik vraag of hij misschien toch alvast een kaartje van Wells Gray Provincial Park voor ons heeft is dat geen probleem. Een paar tellen later loop ik dus met een kaart en brochure het informatiecentrum weer uit. Missie geslaagd. Achter mij wordt de deur van het informatiecentrum, toch nog maar even op slot gedaan. Eén brutale Hollander is natuurlijk ook wel genoeg op een ochtend. :-) ![]() Op weg naar Wells Gray Provincial Park komen we eerst nog door het kleine Spahats Creek Provincial Park. Daar, zo'n vijftien kilometer buiten Clearwater, maken we een korte stop voor het bekijken van de Spahats Falls. Vanaf de parkeerplaats lopen we in tien minuten naar het uitzichtpunt waar we een schitterend uitzicht hebben op de hoge waterval en de bergkloof waarin Spahats Creek zich een weg gebaand heeft door de lagen van vulkanisch gesteente. Het water stort ongeveer zeventig meter naar beneden Clearwater River in. Vanaf het platform kijken we het diepe ravijn in waardoor Clearwater River stroomt. Na nog geen kilometer verder te zijn gereden, stoppen we weer. Nu voor een erg mooi uitzicht over de Spahats vallei. Daarna rijden we weer verder over Clearwater Valley Road richting Wells Gray Provincial Park. Bij het Third Canyon Viewpoint zien we een kleine waterval direct naast de weg. Verder vinden we het maar een saaie weg naar Wells Gray Provincial Park. Het voorbijtrekkende landschap wordt één keer onderbroken door een buffalo ranch. De ranch ziet er een beetje uit als vergane glorie, maar we zien toch weer mooi een kudde bizons. Even later huppelen drie jonge herten voor onze neus de weg over. Deze spontane ontmoeting is wel weer erg leuk natuurlijk. Wanneer we voorbij een bocht in de weg zijn zien we in de verte aan de kant van de weg een auto stilstaan. Gelijk speuren we de omgeving af naar herten en beren. En ja hoor, in de berm staat een kleine zwarte beer, maar we krijgen geen kans op een foto, want wanneer we de camper achter de andere auto stilzetten, loopt de beer het bos in. Jammer hoor. We rijden weer verder en komen na tweehonderd meter aan bij de ingang van Wells Gray Provincial Park met Park & Bear Viewing Information. Daar lezen we dat we deze tijd van het jaar veel kans hebben op het zien van beren. Jòh echt?! :-) ![]() We gaan weer verder en slaan al snel linksaf de weg in voor de Green Mountain Viewing Tower. Voorzichtig en rustig aan rijden we de steile drieënhalve kilometer lange gravelweg op. De weg wordt steeds bochtiger en smaller. Hopelijk komen we geen tegenliggers tegen. En ja hoor, wat krijg je dan, juist ja, een tegenligger... een kleine zwarte beer loopt over de weg onze kant op. We stoppen de camper midden op de weg (we kunnen ook geen andere kant op) en pakken er als een speer de fotocamera bij. Langzaam slentert de jonge beer ons tegemoet terwijl hij zo nu en dan peuzelt van een paardenbloem in de berm. Wanneer de beer ons op zo'n drie meter genaderd is (wij blij dat het "maar" een kleine beer is), twijfelt hij even, maar steekt dan de weg over en verdwijnt in het bos. Net als we weer verder willen rijden ziet Jeroen de beer ineens in zijn achteruitkijkspiegel. Achter de camper loopt de beer weer terug de weg op waar hij ongestoord zijn pad langs de berm vervolgd. We rijden weer verder en laten daarmee de beer met rust. We vermoeden trouwens dat dit dezelfde beer is als die we net voor de ingang van het park zagen, maar zeker weten doen we dit niet. Zonder verdere tegenliggers op ons pad bereiken we de houten uitzichttoren (viewing tower) aan het einde van de gravelweg. Voordat we de toren beklimmen, lunchen we eerst in de camper. Echt mooi weer om buiten te eten is het niet. De lucht ziet eruit alsof het ieder moment kan gaan regenen. Na de lunch gaan we de toren op voor het uitzicht over het zuiden van Wells Gray Provincial Park. We staan nu 1017 meter boven zeeniveau en hebben bijna rondom een vrij zicht. Het uitzicht is aardig, maar met de lage en dikke bewolking niet echt bijzonder. Pyramid Mountain, een oude uitgestorven vulkaan, die je hiervandaan moet kunnen zien, zien we dus niet. Ook Mahood Lake en Clearwater Lake kunnen we niet ontdekken. Eigenlijk is het uitzicht nu niet eens een foto waard. Even later rijden we over dezelfde bochtige weg weer terug naar de hoofdweg door het park. Enkele kilometers verderop ligt onze volgende bezienswaardigheid, de Dawson Falls. ![]() De bewolking begint inmiddels dreigende vormen aan te nemen en de donkergrijze, bijna zwarte, kleur ervan voorspelt weinig goeds. Net voor we de Dawson Falls bereiken, barst de bui los. Het regent ons te hard om gezellig naar een waterval te staan kijken, dus wachten we de bui in de camper even af. Her en der zien we drijfnatte mensen naar hun auto of camper snellen. Na een klein kwartier regent het nog net zo hard, maar ons geduld is op. We besluiten de paraplu erbij te halen, deze hebben we tenslotte niet voor niets helemaal vanuit Nederland meegenomen. Onder een donderende en flitsende hemel lopen we naar het uitzichtpunt van de Dawson Falls. Vanonder de plu bekijken we het razende geweld van de waterval dat zich over de volle breedte van Murtle River naar beneden stort. De waterval is ongeveer 90 meter breed en zo'n 20 meter hoog. Door de brede, lage vorm wordt de Dawson Falls ook wel de Little Niagara genoemd. We lopen via een pad door een smal bos verder richting de waterval. Het is erg rustig, we zijn blijkbaar één van de weinige gekken die in dit weer een waterval gaan staan bekijken, maar wij vinden het wel wat hebben. Het is in ieder geval knus, zo saampjes lopen onder een net te kleine paraplu. Het pad gaat tot precies naast de waterval. We staan nog geen vijf meter van het razende en kolkende water vandaan. Wat een oorverdovend lawaai! Het gedonder van het onweer horen we er niet eens meer bovenuit. Vanonder de paraplu maak ik snel een foto. De lucht blijft maar flitsen en de regen valt met bakken tegelijk uit de donkere hemel. Kijkend naar het natuurgeweld naast en boven ons, voelen we ons even heel klein. ![]() Eenmaal terug in de camper houdt de regen gelukkig geleidelijk aan op. Via de hoofdweg zijn we op weg naar de trots van Wells Gray Provincial Park, de Helmcken Falls. Net voorbij de brug over Murtle River slaan we linksaf een zijweg in. Vanaf het parkeerterrein wandelen we de korte afstand naar de waterval. Onderweg komen we langs verschillende informatie borden, die we natuurlijk allemaal even moeten lezen. Daar lezen we ook dat dit de op drie na hoogste waterval van Canada is. Even later staan we op het houten platform en hebben we een geweldig uitzicht over de 137 meter hoge Helmcken Falls. Wat een fraai gezicht! Door de tijd heen heeft de waterval in het dal een enorme kom uitgesleten. Water dat daar neerkomt, stuift weer een eind de lucht in en vormt zo iets wat lijkt op een permanente wolk. Ook met een grijze lucht erboven is deze waterval een plaatje. Vanaf de Helmcken Falls is de hoofdweg niet meer geasfalteerd, maar de gravelweg is van redelijk goede kwaliteit waardoor het met een camper best te doen is. Het servies rammelt wel in de kastjes, dus we doen het rustig aan. Onze bestemming is Ray's Farm, een inmiddels verlaten en vervallen boerderij die in 1912 door John Bunyan Ray is gebouwd. Hij kreeg het land van de indianen als dank voor zijn hulp tijdens een mazelenepidemie en woonde er tot zijn dood in 1947. Sindsdien worden de boerderij en twee schuren niet meer onderhouden. De boerderij is in de winter van 1998 in elkaar gestort, dus niet naar binnen gaan gezien het gebouw onstabiel is. In de buurt van de boerderij zijn ook koudwaterbronnen te vinden. Halverwege de weg naar Ray's Farm begint de zon weer een beetje te schijnen. Tijdens het gewaggel over de gravelweg begint de vermoeidheid toe te slaan. We besluiten Ray's Farm te laten voor wat het is en de camper om te draaien. Terwijl we terugrijden naar de hoofdweg kunnen we allebei steeds moeilijker de ogen open houden. Bij de eerste de beste parkeerplaats aan de hoofdweg parkeren we de camper. Eerst maar even een middagdutje doen. Na een uurtje heerlijk geslapen te hebben, kunnen we de wereld weer aan. We starten de camper en rijden Wells Gray Provincial Park uit. Van dit park hebben we nu dus alleen de twee hoogtepunten gezien, maar ooit komen we nog eens terug voor de rest. De zon is inmiddels uitbundig gaan schijnen. Tja, hadden we dit van tevoren geweten, dan hadden we de planning voor vandaag wel iets anders ingevuld. Nou ja, niets aan te doen. In een lekker zonnetje komen we weer aan in Clearwater. Daarvandaan rijden we dwars door de Cariboo regio via Little Fort over highway 24 naar 100 Mile House. Een mooie route met veel vergezichten, lieflijke meertjes en af en toe een oude ranch. Vanwege de vele meren in dit gebied die vol zitten met regenboogforel, meerforel en Kokanee-zalm (zoetwater zalm) wordt highway 24 ook wel de The Fishing Highway genoemd. Zo abrupt als de zon tevoorschijn kwam, zo abrupt is deze nu ook weer verdwenen. Een paar tellen later begint het weer hard te regenen. Het is pas vijf uur, maar het is zo donker dat het eerder negen uur lijkt. Helaas blijft het de rest van de dag zwaar bewolkt en regenachtig. Na een tiental kilometer op highway 24 is het wegdek niet meer zo best, eigenlijk ronduit slecht. De weg heeft veel hobbels, scheuren en kuilen. Hier mogen ze echt wel eens iets aan doen. Langs de weg zien we even later drie drijfnatte hertjes... een klein voordeel van het langzamer moeten rijden. Highway 24 eindigt in de buurt van 100 Mile House. Wel benieuwt naar hoe dit bekend historisch dorp eruit ziet, slaan we rechtsaf bij de kruising met highway 97 en rijden we even later door de brede hoofdstraat van 100 Mile House. Deze straat is breed genoeg dat een kar met ossen ervoor gespannen, kan omdraaien. Lekker belangrijk, denk je vast, maar vroeger was dat dus inderdaad belangrijk. Terwijl we langzaam door de verlate hoofdstraat rijden, komen we tot de conclusie dat we 100 Mile House niet zo boeiend vinden. We keren om en besluiten, ondanks dat het al tegen zeven uur loopt, alvast wat verder naar het zuiden te rijden richting Clinton. Dit scheelt morgen weer wat kilometers. Zodoende pakken we highway 97, oftewel de Cariboo Highway, naar het zuiden. In het hart van de Cariboo regio ligt 100 Mile House, één van de oudste plaatsen aan de Cariboo Wagon Road. Gemakshalve werden rustplaatsen zoals 100 Mile House genoemd naar hun afstand ten opzichte van Lillooet, het beginpunt van de Gold Rush Trail, maar doordat de wegenbouwers per mijl uitbetaald kregen, zijn de afstanden wat ruim genomen. Al vanaf 1861 diende 100 Mile House als rustplaats voor reizigers op weg naar de Cariboo goudvelden. Het originele gebouw uit 1862 waar reizigers konden overnachten en van paard konden wisselen (een roadhouse genaamd) is helaas in 1937 afgebrand. Volgens de campinggids zit in 70 Mile House (ligt dus naar boven afgerond 70 mijl van Lillooet vandaan) bij Watch Lake een camping. Dus eenmaal bij 70 Mile House slaan we de zijweg in richting het meer. Na een paar minuten op deze weg zien we een hert. Altijd leuk, want verder is het een saaie weg. Tien kilometer nadat we de zijweg ingereden zijn, komen we eindelijk een bord tegen. WAT!? Daarop staat doodleuk dat Watch Lake nog 21 kilometer verder rijden is. Mooi niet, daar hebben we echt geen zin in. Lekker in de buurt van 70 Mile House. We draaien om en rijden weer terug. Volgens de campinggids zit er ook een camping in Clinton. We proberen die wel. Een paar kilometer voor Clinton zien we een bord van de door ons gezochte camping. Gelukkig! Het is inmiddels alweer bijna acht uur, dus blij toe dat we er bijna zijn. Wanneer we wat dichter bij het bord staan en de kleine letters kunnen lezen, zien we dat de camping nog 49 kilometer rechtsaf een zijweggetje in is. Arghh!! Nee, hè! Nog geen camping. En dit is de enige camping die in de gids vermeld staat onder Clinton Area, zelfs met plaatsnaam Clinton... en dan ligt het er 49 kilometer vandaan! Lekker handig. We rijden maar verder en gaan Clinton in. Daar zien we gelukkig al snel een bord voor een RV Park. Een plekje voor slechts $9,99. Zal wel niet veel zijn, maar met een camper heb je ook niet veel nodig. We zoeken een plekje voor de camper en mogen $14,- afrekenen. Niet de beoogde $9,99, maar die prijs is uiteraard zonder belastingen (taxes) en elektra. Zin om te koken hebben we niet meer, dus lopen we de hoofdstraat van Clinton af op zoek naar een eenvoudig restaurant. Echt veel is er niet, dus strijken we neer in een aardig ogend restaurant annex bar. Schuin achter ons staat een enorme televisie (en dan bedoel ik ook énorm). Vier oude mannen met bierbuiken en grote praatjes volgen op televisie de pokerkampioenschappen in Las Vegas. Aan de bar zitten nog een paar mannen, maar verder is het hier leeg. Het afluisteren van de pokerkenners-tussen-grote-aanhalingstekens is een leuke bezigheid tijdens het eten. Stuk voor stuk weten ze het natuurlijk allemaal beter dan de wereldkampioen in spé. Het eten smaakt prima en de porties zijn, zoals het in Canada blijkbaar hoort, groot. Voor twee maaltijden en vier drankjes rekenen we uiteindelijk ongeveer $25,- af. Na het eten lopen we snel, tussen de regendruppels door, terug naar de camper en kijken we op de laptop een filmpje voor het slapen gaan.
|
||
|
begin reisverhaal | vorige pagina | volgende pagina |