|
inleiding |
reisverhaal |
route |
reisinformatie en tips |
gastenboek |
menu
begin reisverhaal | vorige pagina | volgende pagina |
  | |
20 mei 2004Half negen staan we op. Vandaag verlaten we helaas het schitterende Jasper National Park. We nemen zo de Yellowhead Highway om via Mount Robson Provincial Park in zuidelijke richting naar het plaatsje Clearwater in de buurt van Wells Gray Provincial Park te rijden. Wanneer we tegen half tien de camping verlaten zien we dat het een stuk minder bewolkt is dan gisteren. Even later horen we op de radio dat er vannacht vier centimeter sneeuw is gevallen op de Icefields Parkway. Het verkeer kan er nu nog niet overheen. De hele ochtend zullen ze bezig zijn om de sneeuw te ruimen met sneeuwschuivers en strooiwagens. Met verbazing luisteren we naar het bericht. Dat traject hebben wij dus twee dagen geleden onder een strakblauwe lucht afgelegd. Waren wij even mooi op tijd. Niets zo veranderlijk als het weer in de bergen blijkt maar weer. Kwart voor elf passeren we Yellow Head Pass. Men vermoedt dat deze bergpas vernoemd is naar Pierre Bostonais, een blonde Iroquois pelsjager met de bijnaam "Tête Jaune" (geel hoofd). In 1820 leidde hij als gids één van de eerste Hudson Bay Company expedities over deze pas. Voor je er erg in hebt, ben je de pas al gepasseerd, want de omgeving is weids en de weg gaat maar geleidelijk omhoog en omlaag. De top is moeilijk te herkennen, maar met het passeren van Yellowhead Pass passeren we ook de grens tussen Jasper National Park en Mount Robson Provincial Park, de grens tussen Alberta en British Columbia en de tijdsgrens van Mountain standard Time naar Pacific Standard Time. Een noemenswaardige grens dus. Onze dag is door het passeren van de tijdsgrens dus ook ineens een uurtje langer zonder dat we er een uurtje slapen voor in hoeven te leveren! ![]() We zijn nu dus in Mount Robson Provincial Park. Al snel rijden we langs het mooi gelegen Yellowhead Lake. Twintig kilometer verderop komen we ook langs Moose Lake en stoppen we even bij het uitzichtpunt. Zo'n naam schept natuurlijk verwachtingen, maar hoe graag we ook willen, we zien geen enkele eland. Niet eens een kleintje. Wel komt er een gigantisch lange goederentrein langs rijden. Daar zullen we het mee moeten doen. We stappen weer in de camper en rijden verder. ![]() Een paar kilometer voor de grens van het park komen we aan bij het Mount Robson Visitor Centre dat ongeveer naast de berg ligt waarna het park vernoemd is. We hebben dan ook een mooi uitzicht op de imposante Mount Robson. Jammer genoeg is de top van de berg in wolken gehuld, zoals bijna alle dagen van het jaar het geval is. De berg is dan ook met 3954 meter de hoogste berg van de Canadese Rockies. In het bezoekerscentrum halen we een kaart van het park. Daarop staat onder andere de populaire lange wandelroute Berg Lake Trail. Van die wandeling willen wij het eerste gedeelte doen naar Lake Kinney. Eigenlijk willen we dat stuk fietsen en vanaf Lake Kinney een uurtje wandelen, maar fietsen huren kan hier dus niet. Zodoende stappen we over op Plan B: wandelen naar Lake Kinney. Met de camper rijden we de twee kilometer lange Lake Kinney Road, gelegen naast het bezoekerscentrum, in. Aan het einde van de weg parkeren we de camper en beginnen we aan de 4,2 kilmeter lange wandeling naar Lake Kinney. Het begin van het pad stijgt behoorlijk, maar al snel gaat het over in een breed pad door het bos dat zo nu en dan ligt stijgt. De wandelroute volgt Robson River. We zien onderweg enorm veel vlinders in allerlei kleuren en maten. Van één centimeter kleine blauwe vlindertjes tot acht centimeter grote zwartoranje vlinders. Leuk om te zien, maar moeilijk vast te leggen op foto. ![]() Na een ruim uur wandelen, komen we aan bij het meer. We gaan aan een van de vele picknick tafels zitten en genieten even van de stilte en het uitzicht. De 4,2 kilometer over dezelfde weg terug naar de camper leggen we een stuk sneller af dan de heenweg. Makkelijk lopen, zo'n pad dat ligt daalt. Onderweg zien we naast de vele vlinders nu ook een paar eekhoorntjes. Eén eekhoorntje komt aanlopen met een dennenappel in zijn mond. Op zo'n drie meter van ons vandaan blijft hij ineens zitten, pakt de dennenappel met z'n voorpoten beet en peuzelt hem al draaiend tussen z'n voorpoten op. Wat een super schattig gezicht! Wanneer de dennenappel op is, schiet de eekhoorn er weer vandoor en wandelen we verder. Twee en een half uur na vertrek zijn we weer terug bij de camper. Voor we weer verder rijden, eten we eerst in de camper een heerlijk mini-pizza'tje. Net wanneer we Mount Robson Provincial Park uit zijn begint het te plenzen. De geplande wandeling naar Reargard Falls slaan we dus maar over. Gelukkig is de bui wel van korte duur. Bij het plaatsje Tête Jaune Cache verlaten we Yellowhead Highway en pakken we Highway 5. Drie kilometer voor het gehucht Blue River spot ik in een flits een coyote in de linkerberm. Het ging erg snel, maar het is zeker weten een coyote. De rode vlek op z'n neus heb ik duidelijk gezien en het dier was een stuk slanker dan een wolf. De andere gelijksoortige dieren die we onder andere in Jasper National Park zagen, waren dus duidelijk wolven. Een paar kilometer voor Avola zien we in een meer een grote beverburcht. Helaas geen bijbehorende bevers, maar toch leuk. Ik had in ieder geval nog nooit eerder een beverburcht gezien. Even later zien we er nog twee. ![]() Tegen zes uur komen we aan bij Birch Island Campground, onze camping voor vanavond. Deze camping, die ongeveer tien kilometer voor Clearwater en Wells Gray Provincial Park ligt, verdient zeker niet de schoonheidsprijs, maar alle faciliteiten zijn aanwezig en het ligt op een handige locatie, dus zoeken we een plekje uit. 's Avonds na het eten stoken we weer eens een vuurtje. Het hout daarvoor mogen we gratis van een grote stapel houtblokken halen. Wanneer het vuur goed fikt, rijgen we marshmallows aan een spies en houden we die boven het vuur. Gezellig saampjes knus bij het vuur warme marshmallows eten. Een uiterst goede tijdsbesteding vinden we. Voordat we uiteindelijk ons bed induiken, proberen we voor het eerst de douche in de camper uit. De douches van de camping zien er namelijk niet echt lekker fris uit. En wat blijkt... douchen in een camper gaat eigenlijk best goed. De waterdruk kan beter, maar is goed genoeg. Weer lekker schoon en helemaal rozig van het kampvuur, vallen we al snel in een diepe slaap.
|
||
|
begin reisverhaal | vorige pagina | volgende pagina |