inleiding | reisverhaal | route | reisinformatie en tips | gastenboek | menu
begin reisverhaalvorige paginavolgende pagina

 

18 mei 2004

Het is dinsdag 18 mei en we zitten nu dus in Jasper National Park. Bij het opstaan vanuit bed kijken we naar buiten en zien... een strakblauwe lucht. Yes! De weersvoorspelling is ook voor vandaag uitgekomen. Gisteren was het ook al zo'n heerlijke dag. Half tien rijden we vanaf Campground Whistler naar de Jasper Tramway voor een gondeltocht naar de top van Whistler Mountain. Met dit weer moeten we een schitterend uitzicht hebben. Bij de tramway staat dan ook een bord dat aangeeft dat de visibility excellent is. Tien over tien vertrekt de volgende gondel, dus we zijn mooi op tijd. De rit naar boven, een stijging van 973 meter, duurt ongeveer zeven minuten. Onderweg krijgen we een stortvloed van feiten en wetenswaardigheden over ons heen van de gondelbediende. Het meeste daarvan gaat bij ons het ene oor in en het andere oor gelijk weer uit, maar af en toe zitten er leuke wetenswaardigheden tussen die het onthouden waard zijn. Zoals de paar kleine, iele boompjes die bóven de eigenlijke boomgrens groeien. Ze zijn meer dan driehonderd(!) jaar oud, maar nog geen anderhalve meter hoog. Dat komt doordat ze per jaar slechts een groeiperiode hebben van ongeveer twee weken.

uitzicht Whistler Mountain

Eenmaal boven hebben we een werkelijk fantastisch uitzicht over zes bergketens, een tigtal meertjes, verschillende rivieren en het dorp Jasper. Zelfs Mount Robson, de hoogste berg van de Canadese Rockies, is op een afstand van vijfenzeventig kilometer te zien. Deze berg zit bijna altijd met z'n top in de wolken, maar vandaag is hij in zijn volle glorie, hetzij van een afstand, te bewonderen. Het uitzicht is echt schitterend. Koud en winderig is het hier wel, maar daar hebben we ons gelukkig op voorbereid. Helaas zijn we alleen vergeten stevige wandelschoenen aan te trekken, want dan hadden we ook nog kunnen wandelen naar het hoogste punt van Whistler Mountain. De route is nu nog enigszins ondergesneeuwd, dus zonder stevige stappers wagen we er ons niet aan. Na een halfuurtje buiten rondgekeken te hebben, gaan we het restaurant in voor een kop warme chocolade melk. Het beste medicijn tegen koude handen! Daarna nemen we de gondel weer naar beneden. Het loopt alweer tegen half twaalf wanneer we weer bij de camper staan.

We rijden naar Jasper om naar het Visitor Centre te gaan voor informatie over wandel- en fietsroutes in de omgeving. Daar krijgen we een wandel- en fietskaart mee waar alle routes opstaan. Ideaal. Volgende stap is het huren van mountain bikes, want we kiezen vandaag voor de fiets. Op de kaart zagen we een leuke route dat van Old Fort Point naar de Valley of the Five Lakes gaat, een route van ongeveer twintig kilometer. We lopen de straat af op zoek naar een zaak die fietsen verhuurt. Die vinden we snel en na tien minuten fietsen we weg op twee mountain bikes. Mèt helm, want dat is verplicht hier, en met een tocht door het bos op de planning ook wel verstandig. Morgen half één, precies 24 uur later dan nu, moeten ze weer ongeschonden terug zijn bij de verhuurder. We rijden door de drukke straten van Jasper naar de eerste de beste supermarkt. Voor Jeroen vast een hele nieuwe ervaring, naar de supermarkt met de fiets in plaats van auto. :-) Daarna rijden we naar de parkeerplaats een paar straten verderop waar de camper staat. We zetten de fietsen zo stabiel mogelijk in de camper en rijden (extra voorzichtig) naar de camping. De fietsen laden we daar weer gelijk uit. Eerst nog even lunchen voor we echt met de fiets op pad gaan.

Jeroen op de fiets

Rond half drie rijden we op de mountain bikes vanaf de camping via snelwegen 93 en 93a naar Old Fort Point. Een makkelijke rit van ongeveer vier kilometer. Vanaf Old Fort Point begint het echte werk pas. De route gaat gelijk het bos in... en heuvel op. Na zo'n anderhalve kilometer wordt het pas echt steil. In een heel korte tijd stijgen we dertig meter. We hebben goede hoop dat dit een uitzondering is, maar helaas blijkt al snel dat het eerder een regel is. Af en toe is het zó steil en hobbelig, dat het lopend met de fiets aan de hand zelfs een hele opgave is. De eerste vijf kilometer blijven we continu sterk stijgen en dalen met erg veel keien in en op het pad. Her en der ook een boomstronk of grote, bovengrondse boomwortels voor een extra moeilijkheidsgraad. We ploegen door, maar hebben er nogal wat tijd voor nodig. Fietsen in de Rocky Mountains lijkt in het geheel niet op fietsen in de Biesbos. Deze tocht is toch heel wat lastiger dan gedacht en vergt een behoorlijke conditie, of ervaring, dat zal ook wel helpen. Bijzonder mooi is het ook nog niet, want we rijden alleen maar door het bos zonder uitzicht op iets anders dan bomen. Avontuurlijk is het zeker wel. Pff, hijg hijg, een uitdaging ook. De korte vlakke stukken tussen de klimpartijen door zijn een verademing. Die stukken schieten tenminste ook een beetje op.



Dan zien we tussen de bomen door ineens een wijd uitzicht. We stappen af en lopen richting de afgrond. Dan is pas goed te zien hoe veel we gestegen zijn. We kijken uit over een bos in de vallei onder ons. Schitterend! Hier rusten we even en genieten we van het uitzicht. Jeroen vind op deze plek de helft van een enorm gewei. We nemen er een foto van en leggen het vervolgens weer terug, zodat toeristen na ons het ook kunnen zien. Meenemen van dit soort souvenirs is trouwens verboden!

Leonie tijdens een pauze        Jeroen met een half gewei op zijn helm

Na deze korte stop gaan we weer verder. Na een tijdje moeten we volgens de kaart langs Tekarra Lake rijden, maar we zien er niets van. We zien vooral veel bomen. Ineens zien we drie herten in het bos op zo'n tien meter van ons vandaan. Ze eten van het gras en laten zich niet wegjagen door ons gesteun en gepuf. Hier staan we even naar te kijken. Een foto maken durf ik niet, want de herten zullen waarschijnlijk wèl schrikken en er vandoor gaan wanneer ik het klitteband van de fototas los maak. Wanneer we genoeg gezien hebben, rijden we weer verder. Na acht kilometer van Old Fort Point verwijderd te zijn, twijfelen we of we door zullen gaan. Het pad blijft sterk stijgen en dalen waarbij we behoorlijk stuiteren over grote keien. We besluiten toch door te gaan. Van opgeven houden we niet en we zijn toch ook wel benieuwd naar de Valley of the Five Lakes waar we naartoe op weg zijn. En het pad dat we nog moeten kan toch niet veel slechter zijn dan wat we al gehad hebben???

Third Lake

Zo'n twee kilometer verder op komen we bij een splitsing aan. We kiezen voor de route die het dichtst langs de vijf meren van de Valley of the Five Lakes gaat. Dit is voornamelijk een wandelpad, maar fietsen mag er ook. Vanaf hier wordt de route echt leuk. Het pad is nu een stuk vlakker en bevat heel wat minder keien. Ook hebben we mooie uitzichten over meren en bergen. We genieten. Na korte tijd komen we langs het eerste meer van de vijf, met de originele naam First Lake. Het groenblauwe meer ligt schitterend tussen de bergen. Het pad dat we langs het meer volgen gaat over een smalle richel halverwege een berg en hier vandaan is het uitzicht fantastisch. We rijden verder en het volgende meer (juist, Second Lake) zien we al snel. Dit meer is een stuk kleiner, maar wel net zo fantastisch gelegen. Het pad gaat vervolgens langs Third Lake, daalt dan en steekt tussen Forth en Fifth Lake door. Geweldig! Hiervoor doen we deze tocht. De vijf meren liggen allemaal op een andere hoogte en hebben daarom ook allemaal een andere groenblauwe tint.

Nadat we de vijf meren gehad hebben, stijgt het pad weer snel. Oef, dit valt tegen. We hadden gehoopt de moeilijke delen van de route achter de rug te hebben. We zitten inmiddels ook al bijna vier uur op de fiets. Over grote rotsen en keien fietsen we langzaam verder. Een beetje overmoedig met mijn halve dag mountain bike ervaring wil ik een iets te grote rots afrijden. M'n voorwiel rijdt langzaam de rots af en moet dan eigenlijk ook gelijk een kleinere rots weer op, maar dat gebeurt dus niet. In slow motion kieper ik omzij. Jeroen komt gelijk aangesneld, maar ik mankeer gelukkig niets. Ik zet de fiets weer overeind en besluit het laatste stukje over de rotsen maar te lopen. Wanneer ik vervolgens weer verder wil fietsen merk ik dan m'n handrem wat verbogen is. Dat wordt lastig remmen, maar het gaat nog wel. Afwisselend te voet en te fiets volgen we het kronkelende pad richting snelweg 93, oftewel de Icefields Parkway. Na een dikke twintig minuten komt eindelijk de snelweg in het zicht. Asfalt! Dat rijdt een stuk soepeler. Het gaat nog bergafwaarts ook! De tien kilometers over de snelweg terug naar de camping gaan lekker vlot. Rond half acht komen we aan op de camping... allebei doodop. Zolang hebben we nog nooit over twintig kilometer gedaan, maar de beloning van de Valley of the Five Lakes was grandioos. Volgens de fietsverhuurder is deze fietstocht easy to moderate, maar dit geldt wat ons betreft niet voor Hollanders die de geasfalteerde fietspaden door de vlakke weilanden gewend zijn. Reken dan maar op moderate to difficult, but surely satisfying.

De foto hier links heb ik, tijdens de fietstocht op weg terug naar de camping genomen, vanaf een brug op de Icefields Parkway. Gisteren had ik het over een braided river (een rivier die, door het zand en steengruis op de valleibodem, in meerdere ineenvlechtende kanaaltjes verspreid wordt) en dit is daar dus een goed voorbeeld van.

Eenmaal terug bij de camper zetten we de fietsen tegen een boom en ploffen we neer aan de picknick tafel. Hèhè, even zitten en rustig bijkomen. Zin en puf om te koken hebben we niet meer, dus pakken we even later de camper en rijden we het dorp in op zoek naar fastfood. Het wordt de oude vertrouwde McDonalds. Daarna, per camper(!), naar de doucheruimte voor een lekkere warme en welverdiende douche. Wanneer ik de douche uitkom en naar de camper loop, zie ik in de schemering naast het douchegebouw een groot hert staan die mij recht aankijkt. Toch enigszins geschrokken, loop ik in een boog om hem heen naar de camper. Mijn douche spullen gooi ik naar binnen en met mijn fotocamera in de hand loop ik terug naar de plek waar ik het hert zag. Die is inmiddels weg, maar wanneer ik langs het gebouw loop zie ik dat het op het grasveld werkelijk miechelt van de herten die aan het grazen zijn. Netjes gemaaid gras heeft kennelijk een behoorlijke aantrekkingskracht op die beesten.

Terug op onze campingplaats is het tijd voor relaxen. Nog even wat lezen, het reisverslag bijwerken en dan lekker vroeg naar bed (dat laatste was tenminste de bedoeling, maar het is alweer half twaalf wanneer ik de laatste regels tik). Morgen hebben we de fietsen nog tot één uur in de middag, dus eigenlijk moeten we dan ook nog even een trailtje pakken... yeah, right!


Aantal gereden kilometers vandaag (per camper dan wel te verstaan):  34 km


begin reisverhaalvorige paginavolgende pagina