|
inleiding |
reisverhaal |
route |
reisinformatie en tips |
gastenboek |
menu
begin reisverhaal | vorige pagina | volgende pagina |
  | |
17 mei 2004Het is zeven uur in de ochtend en de wekker gaat. Yes! Dé Icefields Parkway. Vandaag gaan we eindelijk de hele route over deze beroemde weg afleggen. Al ver vóór de vakantie keken we uit naar deze dag en we zijn dan ook gelijk wakker. We willen bij alle bezienswaardigheden langs de weg stoppen, dus staan we vroeg op. Voor tweehonderd kilometer hebben we dit keer de hele dag nodig. Eenmaal uit bed, ontdekken we dat de kachel het niet meer doet! Brrr, bibberbibber, met bijna een halve meter sneeuw buiten en een zon die nog achter de bergen verscholen zit, is het best wel koud. Dan blijkt ook dat het vuur van het gasstel alleen héél laag aan kan. Ehm, koelkast controleren... werkt dus ook niet. OK, conclusie, de kachel is niet kapot, het propaangas is gewoon op... of bevroren. Jammer, maar koffie en thee zit er dus niet in op deze koude morgen. We besluiten eerst een stukje te rijden voor we ontbijten, zodat we misschien straks wel koffie en thee kunnen zetten. Het is half acht wanneer we onder een stralend blauwe lucht van de camping weg rijden. Ondanks de kleine tegenslagen van zonet, hebben we er helemaal zin in! Het is heerlijk rustig op de weg. De eerste tegenligger krijgen we pas na dik tien minuten rijden. Negen kilometer na vertrek krijgen we het eerste uitzichtpunt (viewpoint) van vandaag, namelijk Crowfoot Glacier. We stoppen, uiteraard, en vergapen ons aan de eerste gletsjer die zichtbaar is vanaf de Icefields Parkway (als je, net als wij, van zuid naar noord rijdt tenminste). Zo'n driehonderd meter van het uitzichtpunt vandaan hangt het ijs van de gletsjer over een afgrond. Ooit leek deze gletsjer op de drie tenen van een kraaienpoot, vandaar de naam, maar door het terugtrekken van het ijs door de jaren heen, is de kraaienpoot helaas niet meer zo duidelijk herkenbaar als het ooit was. ![]() We stappen in en rijden weer verder. Snel achter elkaar komen we vervolgens langs Bow Lake Viewpoint en Bow Glacier Viewpoint waar we ook een kijkje nemen. Nadat we hier wegrijden stijgt de weg nog iets tot we de bergpas Bow Summit bereiken, met 2068 meter boven zeeniveau het hoogste punt van de Icefields Parkway. Drie kilometer verder slaan we de zijweg in naar de parkeerplaatsen van Peyto Lake Lookout, een uitzichtplatform voor nog zo'n beroemd meer van de Canadese Rockies. Een absoluut moet-je-gezien-hebben stop langs de Icefields Parkway. Het is acht uur wanneer we parkeren op het lager gelegen parkeerterrein (het hoger gelegen parkeerterrein is voor bussen). We wandelen over de weg naar het hoger gelegen parkeerterrein. Veel bussen zullen er nu niet komen, want een sneeuwmuur van zeker anderhalf meter hoog versperd de weg. We volgen een spoor door de sneeuw, dat eerdere bezoekers achter gelaten hebben, om zo alsnog bij het andere parkeerterrein te komen. Daar zien we een bord dat het uitzichtpunt nog ongeveer driehonderd meter lopen is. We volgen het smalle spoor zodoende verder door de sneeuw. Schitterende bergtoppen, onaangeroerde spierwitte sneeuw, een strakblauwe hemel erboven en absolute stilte om ons heen... we genieten terwijl Peyto Lake, waar deze wandeling om te doen is, nog niet eens te zien is. ![]() Langzaam lopen we door deze prachtige omgeving. Echt gemakkelijk gaat het niet over gladde, ijzige sneeuw. Het spoor is diep en erg smal, dus lopen we achter elkaar precies in de voetstappen van eerdere bezoekers. Om wat meer om me heen te kunnen kijken tijdens het lopen besluit ik naast het spoor te gaan lopen. Een succes is het niet. Nu zak ik, op onvoorspelbare momenten, tot boven m'n knieën weg in de sneeuw. Dat is dus niet echt ontspannen wandelen. Toch maar weer het spoor volgen. Dan komen we aan bij het, gelukkig sneeuwvrije, houten uitzichtplatform van Peyto Lake.
Peyto Lake is nog helemaal bedekt met een laag ijs en sneeuw. Hierdoor is er niets te zien van het glinsterende, saffiergroene water dat dit meer volgens de reisgidsen heeft. Nou ja, nu is onze foto een stuk origineler dan die van menig ander toerist. :-) Maar wat een adembenemend mooie panorama van bergen, bossen, gletsjer en gletsjermeer. Echt super! Links van het meer is ook Peyto Glacier te zien, die deel uitmaakt van het gigantische Wapta Icefield. We kijken onze ogen uit, maken heel wat foto's en lopen dan weer over hetzelfde pad weer terug naar de camper. In de camper aangekomen ontbijten we eerst snel, voordat we weer verder de indrukwekkende Icefields Parkway afgaan. Na Peyto Lake volgt de weg de vallei van de Mistaya rivier. Mistaya betekent bruine beer (grizzly bear) in de taal van de Cree-indianen. We letten dus goed op of we beren zien, maar helaas spotten we er geen één. Een paar kilometer verderop, ligt beneden in de vallei, helaas onzichtbaar vanaf de weg, het drie kilometer lange Mistaya Lake. Wanneer we een bord zien dat het Waterfowl Lake Viewpoint aangeeft, stoppen we de camper bij de eerstvolgende uitham. Maar het is een uitzichtpunt van niets, de bomen blokkeren namelijk het zicht op de Waterfowl meren. We rijden dus, zonder uit te stappen, verder. Al snel komen we langs een veel grotere uitham. Blijkbaar doelt het bord op dit uitzichtpunt, want hiervandaan hebben we wèl mooi zicht op het meer. Dus stappen we uit om rond te kijken en foto's te nemen.
Onze volgende stop is Mistaya Canyon. We volgen een smal, kronkelend pad door het bos. Af en toe moeten we over omgevallen bomen klimmen waardoor we steeds meer het gevoel krijgen dat we niet het juiste pad te pakken hebben. Een paar minuten later wordt dit gevoel bevestigd. Ons bospaadje komt dan uit op een pad dat breed genoeg is voor een auto. Oke, ons pad was blijkbaar niet het juiste, maar wel een leuke. We lopen over het brede pad verder naar de Mistaya bergkloof. Na iets meer dan tien minuten lopen vanaf de camper komen we aan bij een houten brug over de slingerende kloof. Wat is deze diep!! Onderaan zien we het water van de Mistaya River snel stromen. Het water baant zich een weg door de kloof en slijt deze zo steeds dieper en dieper uit. Op verschillende plekken zien we potholes, ronde gaten waar het water ooit rondtolde. ![]() Vanaf Mistaya Canyon is het nog maar vijf kilometer naar de Saskatchewan River Crossing, ook wel gewoon The Crossing genoemd. Rond 1800 gebruikten ontdekkingsreizigers en pelshandelaren, op weg naar British Columbia, deze locatie veel voor het oversteken van de brede en snelstromende North Saskatchewan rivier. Vaak verloor men hier paarden en uitrusting tijdens het oversteken van de rivier. Hier in de buurt komen de Howse River, de Mistaya River en North Saskatchewan River samen. Bij het tankstation naast hotel/motel/restaurant The Crossing stoppen we om één van de twee propaan tanks te laten vullen, zodat we vanavond kunnen koken en, niet onbelangrijk, ook weer koffie kunnen zetten. Daarna vervolgen we onze weg over de Icefields Parkway. Bij het uitzichtpunt voor Mount Amery en Mount Saskatchewan stoppen we kort voor een foto'tje. ![]() De volgende, zeer aan te raden stop, is Weeping Wall. Hier zie je tientallen watervallen verspreid over de steile rotswand van Cirrus Mountain. Het water komt van smeltend sneeuw hoog op de berg, lekt vervolgens door spleten in de ogenschijnlijk ondoordringbare rotswand en stort neer in een serie mooie watervallen. De naam 'huilende rotswand' mag nu duidelijk zijn, toch? Na Weeping Wall begint de weg behoorlijk te klimmen richting de Sunwapta Pass op een hoogte van 2070 meter. Al snel komen we aan bij de haarspeldbocht die bekend staat als de 'Big Bend'. Hiermee komen we in het gebied van de Columbia Icefields volgens een bord langs de weg. Net nadat de weg weer terugbuigt, stoppen we bij het Cirrus Mountain Viewpoint (ruime gravel parkeerterrein aan de rechterkant van de weg) voor het weidse uitzicht over de North Saskatchewan vallei, de North Saskatchewan River ver beneden, de hoge bergen en Bridal Veils Falls. Ook kijken we hiervandaan uit over een stuk van de Icefields Parkway dat we net gereden hebben. Met de weg die je zo veel lager ziet, voelt het alsof je on-top-of-the-world bent. We turen naar de berg recht voor ons, want daar moet ergens Bridal Veils waterval te zien zijn. Na een tijdje vinden we een miezerig klein watervalletje op de schouder van de berg. Waarschijnlijk is deze midden in de zomer indrukwekkender, maar nu stelt het niet veel voor. ![]() Maar we hebben op Internet gelezen dat je vanaf dit parkeerterrein in ongeveer tien minuten naar de Panther Falls kunt wandelen. Deze waterval ligt geheel verscholen en het pad er naartoe staat slecht aangegeven, dus weinig mensen weten ervan. Wij dus wel... en jullie nu ook. Het pad begint aan de rechterkant van het parkeerterrein (als je met je neus naar Bridal Veils Falls staat tenminste) en loopt zigzaggend over de berghelling naar beneden onderlangs het parkeerterrein. Het pad is smal, steil en niet echt goed begaanbaar door veel los liggende stenen. Goed oppassen dus! Deze wandeling lijkt ons niet geschikt voor jonge kinderen. Wij hebben nu ook nog last van sneeuw en modder op het pad, dus we doen rustig aan. Hopelijk is de Panther Falls het waard! We beginnen de waterval al steeds duidelijker te horen en dan staan we er ineens oog in oog mee. Het water stroomt krachtig uit een donker gat in de rotswand en valt gracieus neer. Wat een geraas en gespetter van water. Achter en naast de waterval staat nog een wand van sneeuw en ijs. De zon kan hier maar lastig bij waardoor de waterval zijn winterse uiterlijk nog ver tot in het voorjaar volhoud. We weten het zeker, deze korte maar moeizame wandeling is het dubbel en dwars waard en doet ons het tegenvallende Bridal Veils Falls vergeten. Je kunt het pad nog verder volgen tot achter de waterval, maar wij vinden het zo genoeg en nemen hetzelfde pad weer terug naar de camper. De wandeling terug naar boven is wel even wat zwaarder dan naar beneden en we doen er dan ook bijna twee keer zo lang over. We stappen weer in de camper en rijden verder. Een kleine vier kilometer verderop komen we langs het beginpunt van de Parker Ridge Trail. Volgens de reisgidsen een zeer aan te bevelen korte wandeling met uitzicht over de Saskatchewan Glacier en de Columbia Icefield, maar voor ons nu niet te doen omdat zo'n beetje de hele wandelroute nog bedekt is met een dikke laag sneeuw. Hier moeten we dus ooit maar eens voor terugkomen. Enkele kilometers verder bereiken we de Sunwapta Pass, de op één na hoogste bergpas van de Icefields Parkway en de scheidslijn tussen Banff en Jasper National Park. Water van de bergtop stroomt in zuidelijke richting naar Saskatchewan River en in noordelijke richting naar de Athabasca River. Vanaf de pas rijden we door een brede, bijna vlakke vallei. Groen en mooi op vele dagen in de zomer, maar doorgaans winderig, koud en kaal in de wintermaanden. Na vijf kilometer komen we aan bij het Icefields Centre, een verplichte stop. Vanaf het informatiecentrum heb je mooi zicht op de Athabasca Glacier met Sunwapta Lake geflankeerd door Mount Athabasca en Dome Peak. Rechts, naast Dome Peak is ook de dertig meter dikke Dome Glacier te zien. De Columbia Icefield, een overblijfsel van de laatste ijstijd die Canada 20.000 jaar geleden helemaal bedekte, is met 325 vierkante kilometer en tot 350 meter dik de grootste ijsmassa in Noord-Amerika buiten de poolgebieden. Het bestaat uit acht gletsjers, waarvan er drie (de Athabasca, de Dome, en de Stutfield) zichtbaar zijn vanaf de Icefields Parkway. De gletsjer dankt veel van zijn schoonheid aan de omringende bergtoppen. De Columbia Icefield wordt wel de 'moeder van de drie rivieren' genoemd, omdat het drie grote rivierenstelsels van water voorziet: de Columbia, de Athabasca en de Saskatchewan. ![]() In het Icefields Centre kun je een tocht per sneeuwbus (snowcoach) boeken over de voet van de Athabasca Glacier. Per bus wordt je dan van het informatiecentrum naar de snowcoach terminal gebracht waar je overstapt op de speciale sneeuwbus voor een tochtje over de gletjser. Eenmaal op de gletsjer mag je een half uurtje rondlopen op een voor dit doel afgezet gebied. Wij hebben twee jaar geleden in Noorwegen al eens een spectaculaire ruim drie uur durende wandeltocht met privé gids over een gletsjer gedaan, dus dit commerciële tripje zien we niet zo zitten. Het kan nooit zo'n geweldige ervaring worden als onze eerdere gletsjerwandeling. Wel bezoeken we de expositie over gletsjers en over de geschiedenis van deze streek in het Interpretive and Information Centre. Daar is onder andere een schaalmodel te zien van de indrukwekkende Columbia Icefield. Een erg interessante expositie ondanks dat een aantal displays niet werkt. Weer terug in de camper blijven we nog even op de gigantische parkeerplaats staan om snel twee mini-pizaatjes te bakken als warme middagsnack. Jummie! Buiten waait een harde, koude wind, dus deze snack valt goed. Dan gaan we weer op pad. We zijn nu nog maar een ruim uurtje rijden van Jasper verwijderd. Tenminste, als we onderweg niet meer stoppen, maar dat doen we natuurlijk wel, want we willen niets van deze pracht missen. De weg volgt een tijdje de Upper Sunwapta River en klimt dan naar het uitzichtpunt van de Sunwapta Canyon en Mount Kitchener. De heuvel waar we nu overheen rijden heet Tangle Ridge. De rotswanden aan de rechterzijde van de weg zijn een favoriete plek van berggeiten (mountain goats) en dikhoornschapen (bighorn sheep), dus kijken we goed in 't rond op zoek naar die beesten. Ze schijnen zelfs de weg op te komen om het zout van de weg te likken, maar wij zien geen enkele berggeit of dikhoornschaap. De omgeving maakt het goed, want het is nog steeds allemaal prachtig. We stoppen bij het uitzichtpunt voor Tangle Falls, een schitterende, grillige waterval. Net iets verder is ook het uitzichtpunt voor de Stutfield Glacier, de derde gletsjer van de Columbia Icefield die vanaf de snelweg te zien is. Daar kijken we uit over de brede Sunwapta River. Dit is een braided river, dat wil zeggen dat het water van de rivier, door het zand en steengruis op de valleibodem, in meerdere ineenvlechtende kanaaltjes verspreid wordt. Langzaam daalt de weg tot aan de vallei van de Sunwapta River. Hier schijn je veel kans te hebben op het zien van mountain caribou, een bedreigde diersoort in Alberta, maar helaas zien wij die niet. Onze volgende stop is de ruim 22 meter hoge Sunwapta Falls aan het einde van een één kilometer lange toegangsweg. Dit is zeker een waterval waarvoor je wilt stoppen. Hier wijzigt de Sunwapta River abrupt zijn koers van noordwest naar zuidwest om zich vervolgens in een diepe kloof te storten en zo een spectaculaire waterval te creëren. Vanaf een brug over de kloof staan we hoog boven de krachtige rivier en hebben we mooi zicht op het bovenste deel van de waterval. Via een pad langs de kloof lopen we naar beneden om ook het onderste deel van de waterval goed te kunnen zien. Sunwapta betekent trouwens 'turbulent water' in de taal van de Stoney indianen en zo kun je het water hier inderdaad wel noemen. In de steile rotswanden zien we verschillende potholes die het turbulente water door de tijd heen gevormd heeft. Enkele kilometers verderop zal de Sunwapta River uitmonden in de Athabasca River, het grootste rivierenstelsel van Jasper National Park. ![]() Na deze korte stop rijden we weer verder. De uitzichtpunten voor Mount Christie en Mount Fryatt bekijken we vanuit de camper. Bergen zien we nu even genoeg en we geloven deze uitzichtpunten wel. Dan zien we in de berm rechts van de weg ineens één of ander soort hert staan. Zou dit een mountain caribou zijn? Geen idee. Het dier trekt zich niets van ons aan en laat zich gewillig fotograferen. Wanneer we weg willen rijden, besluit het dier voor onze neus de snelweg over te steken. Abrupt staan we dus weer stil, terwijl hij op z'n gemak de weg oversteekt. Een kleintje komt hem enthousiast tegemoet en... huh, duwt zijn kop tussen de benen van de ander en begint te drinken! Zien we dit goed? In ieder geval is het dus geen hij, maar een zij. Op dit moment zien we ook pas het groepje dieren dat aan deze kant van de weg staat. Wat een gave ontmoeting! Nog helemaal onder de indruk van wat we net gezien hebben, rijden we weer weg. ![]() Bij het Goats and Glaciers Viewpoint parkeren we de camper en stappen we uit. Berggeiten hebben we nog niet veel gezien, dus deze kans grijpen we met beide handen aan. Via een kort pad komen we aan bij een, het wordt misschien wat eentonig, geweldig mooi uitzicht over de Athabasca Valley. Op de witte bergwand links van ons zien we op zo'n honderdvijftig meter afstand welgeteld één berggeit. Maakt niet uit, het is er tenminste één en hij krijgt volop onze aandacht. Het witte gesteente in dit gebied staat bekend als mineral lick doordat berggeiten hier vaak aan de rotsen komen likken vanwege het zout dat zich erop afgezet heeft. ![]() Zeven kilometer voorbij het uitzichtpunt nemen we de afslag voor Highway 93A en de Athabasca Falls. Deze weg is een deel van de oude snelweg van Banff naar Jasper en is ook bekend onder de naam Athabasca Parkway. Direct na de afslag slaan we linksaf, de parkeerplaats op van de 23 meter hoge Athabasca Falls. Vlak naast de parkeerplaats stort het water zich via een smalle kloof de diepte in. Op een aantal plekken staan borden die meer informatie over de watervallen en de omgeving geven. Erg interessant en zo weten we tenminste waar we naar kijken. Wel net zo leuk, toch? Zo leren we onder andere dat de rivier vroeger een andere route nam, maar deze raakte langzaam buiten gebruik nadat het water een nieuwe, lager gelegen, doorgang gevonden had. De waterval was toen ook op een andere plek. In de rotswanden zien we inderdaad nog het bewijs dat daar ooit een rivier gestroomd heeft. Via een brug lopen we naar de andere kant van de huidige waterval op zoek naar het mooiste plaatje voor een foto. Dan volgen we de geasfalteerde paden naar verschillende delen van de Athabasca Falls en de bijbehorende bergkloof. Na een half uurtje rondgelopen en -gekeken te hebben, stappen we weer in de camper en rijden we weer verder richting Jasper. De uitzichten vanaf de 'Whirlpool Valley', 'Mount Hardisty' en 'Kerkeslin', etc bekijken we vanuit de camper. Ze zijn zeker wel de moeite, maar wij hebben even genoeg bergen gezien. Misschien zijn we inmiddels wel een beetje immuun geworden voor de geweldig mooie vergezichten en schitterende bergpieken met strakblauwe lucht daarboven. In ieder geval zit de Icefields Parkway er zo goed als op voor ons. Het is bijna acht uur. Nog een paar kilometer naar Jasper, het eindpunt van deze panoramaweg. In Jasper gaan we op zoek naar een supermarkt voor de broodnodige boodschappen. Deze is snel gevonden en gelukkig zo laat nog open. Na de boodschappen rijden we naar Campground Whistler voor een kampeerplaats voor vanavond en voor morgenavond trouwens. Genoeg te beleven en te zien in Jasper National Park om hier meerdere dagen te blijven. Snel beginnen we met koken, want onze magen zeuren al een tijdje om voedsel. Na het eten pakken we onze douchespullen bijeen en gaan we op pad naar het douche gebouw. Dan blijkt dat heel Campground Whistler maar één douche gebouw heeft en dat die, uiteraard, zo ongeveer aan de andere kant van de camping staat. Na bijna twintig(!) minuten lopen, komen we bij de douches aan. Het fijne is, dat we na het douchen weer twintig minuten terug mogen lopen naar de camper. Vanavond gaan we maar vroeg naar bed, denk ik, want we zijn allebei behoorlijk moe. Het is een lange dag geweest waarop we de meest fantastische indrukken te verwerken hebben gekregen. Natuurlijk is het subjectief, wat de één mooi vindt, vindt de ander verschrikkelijk en omgekeerd, maar de Icefields Parkway behoort tot de absolute wereldtop van mooie gebieden. De reisgidsen zijn lyrisch over de uitzichten die je hebt vanaf deze weg... en wij weten nu, geen woord ervan is gelogen. Een geweldige ervaring en zeker een hoogtepunt van onze rondreis door West-Canada.
|
||
|
begin reisverhaal | vorige pagina | volgende pagina |