inleiding | reisverhaal | route | reisinformatie en tips | gastenboek | menu
begin reisverhaalvorige paginavolgende pagina

 

14 mei 2004

Lake Louise in Banff National Park

Vandaag gaat de wekker al om half zeven. We treuzelen even, maar een kwartiertje later stappen we dan toch uit bed en een uurtje later zijn we met de camper op weg naar het meer Lake Louise. Dit meer is een toeristische top-attractie en om de drukte voor te zijn, gaan we er vroeg op uit. Ondanks het vroege tijdstip, komen we onderweg al de eerste bussen tegen die van Lake Louise vandaan komen. Het is tegen acht uur wanneer we het parkeerterrein bij het meer oprijden. We zien maar een paar mensen lopen, dus het is nog heerlijk rustig. Ook behoorlijk koud trouwens, Lake Louise is zelfs nog grotendeels bevroren. Het plaatje dat wij zien is hierdoor wel heel anders dan in de reisgidsen vaak staat afgebeeld, maar bijzonder is het wel. Mount Victoria is helaas in nevelen gehuld, maar de bergen links (Mount Fairview) en rechts (Mount Whyte) laten zich wel helemaal zien. Gelukkig waait het nauwelijks, waardoor de droge kou snel went. Volgens onze reisgids 'kan geen foto recht doen aan de ongeëvenaarde schoonheid van het saffierblauwe meer en de achtergrond van bergen, gletsjers en ruisende bossen'. Wij proberen het toch en de foto links is het resultaat. Onder het ijs is het water ongetwijfeld saffierblauw :-) Wij vinden de schoonheid nog wel meevallen, maar dat komt waarschijnlijk omdat we hier nu niet in de zomer zijn. Af en toe komt de zon door de wolken en schijnt dan mooi op de bergen. Terwijl we in stilte staan te genieten van het uitzicht, komt er ineens een horde Japanners op het meer af. Ze zijn net losgelaten uit de bus en verdringen nu elkaar om de mooiste plaatjes te kunnen schieten van familieleden voor het meer. Met drie busladingen Japanners is het wel gedaan met de rust. Tijd om te gaan dus.

We lopen terug naar de camper, stappen in en rijden richting Yoho National Park dat, net als Kootenay National Park, grenst aan Banff National Park. Het is een erg mooie rit door een landschap met veel ruige bergen en uitgestrekte bossen. Al snel rijden we langs de zijweg naar de Takakkaw Falls. Helaas is deze dertien kilometer lange weg naar de hoogste waterval van de Canadese Rockies gesloten, want ook hier ligt nog te veel sneeuw. Dit was ook te verwachten, want volgens onze reisinformatie is deze weg doorgaans pas eind juni toegankelijk. Gelukkig weten we dat de weg naar de Natural Bridge en Emerald Lake meestal het hele jaar door open is. Kunnen we toch de andere hoogtepunten van Yoho National Park bekijken.

Het in 1896 opgerichte Yoho National Park omvat 1310 km2 van het westelijke deel van de Canadese Rocky Mountains. De naam Yoho stamt uit de taal van de Cree-indianen en betekent ontzag en wonderlijk. Deze naam heeft het niet voor niets gekregen. In het park bevinden zich enorm hoge bergen (28 pieken boven de 3000 meter), steile rotspartijen, gletsjers, meren en spectaculaire watervallen.


Natural Bridge

Tegen half elf bereiken we de Natural Bridge, de naam zegt het eigenlijk al, een natuurlijke brug. Hier heeft de Kicking Horse rivier zich, na eeuwenlange erosie, een weg gebaand door een dwarsliggend rotsblok waardoor er een natuurlijke brug is ontstaan. Een schitterend gezicht en we zijn onder de indruk van de kracht van de Kicking Horse rivier.



Na deze korte stop rijden we verder over de Emerald Lake Road naar, juist ja, Emerald Lake. Dit is een prachtig meer in een meer dan schitterende omgeving. Wat ons betreft véél mooier dan Lake Louise, in ieder geval in deze tijd van het jaar. Dit meer is niet meer bevroren en met zijn intens blauwgroene kleur is het echt een plaatje. Gruis, dat door smeltwater van de gletsjers meegevoerd wordt, reflecteren het blauwgroene deel van het daglicht en geven zo het meer zijn prachtige kleur.

We besluiten ter plekke het vijf en een halve kilometer lange wandelpad langs de oever van het meer te lopen (Emerald Lake Circuit Trail). We nemen er alle tijd voor om zo veel van het uitzicht te kunnen genieten. Deze wandeling is zeer de moeite waard. In ongeveer een uur en drie kwartier lopen we het meer rond. Aan het einde van de wandeling lopen we nog de souvenirwinkel (giftshop) binnen, waar we spontaan besluiten Moes te redden. Moes, een knuffeleland, bombarderen we gelijk tot reismascotte. Hij krijgt een ereplekje midden op het dashboard van de camper, zodat hij er voor kan zorgen dat we deze vakantie ook nog elanden (moose) te zien zullen krijgen. We hebben al vele dieren gezien, maar elanden dus nog niet.

Jeroen tijdens de wandeling Moes bij Emerald Lake

In de camper op de parkeerplaats lunchen we nog even snel en dan rijden we weer verder. We verlaten Yoho en rijden via Golden naar Glacier National Park. Een half uurtje voorbij Golden zie ik links in de berm twee beren lopen. Terwijl ik naar m'n foto camera vis, zet Jeroen de camper aan de kant van de weg. Het is een volwassen bruine grizzly beer met een zwartgekleurd jong (cub) die we op anderhalf jaar oud schatten. Geen idee waarop we dat baseren, maar we denken dat het jong in de vorige lente geboren is. Vanuit de camper kijken we hoe ze van de paardenbloemen langs de kant van de weg eten. Een stilstaande camper of auto in de berm betekent meestal dat er iets te zien is en we merken dan ook al snel dat onze vondst niet lang onopgemerkt blijft. Andere auto's stoppen ook langs de weg om te kijken, maar de beren trekken zich er niets van aan. Ze zijn druk met het snuffelen aan kleine, gele paardenbloempjes. We blijven naar dit grappige schouwspel kijken tot de beren er genoeg van krijgen en het bos in lopen. Op de vluchtstrook staan inmiddels acht auto's en campers. We rijden weer verder.

grizzly beer

Het is alweer half vier wanneer we Glacier National Park inrijden. Hier passeren we ook de grens tussen Pacific en Mountain Standard Time en zo is het dus plots weer half drie. Toch handig, zo'n extra uur in de dag vanwege het tijdsverschil. Wanneer we halverwege de route door het park zijn, begint het helaas te regenen. Van de hoge bergpieken zien we steeds minder. De lucht ziet er steeds dreigender uit. De dag begon nog met aardig wat zon, maar dat is nu wel voorbij.

Clacier National Park is, net als Mount Revelstoke National Park, onderdeel van de Selkirk en Columbia Mountains. Toch wordt het vaak ten onrechte gerekend tot de Rocky Mountains. Ruim 12% van de oppervlakte van park is bedekt met ijs van de meer dan 400 gletsjers. De grootste en ook bekendste gletsjers zijn de Illecillewaet and Asulkan gletsjers. Vanaf highway 1, de Trans-Canada Highway, dwars door Glacier National Park, is de nog steeds groeiende Illecillewaet gletsjer goed te zien. Tien bergpieken in dit nationale park zijn hoger dan 2500 meter.

Wanneer we aankomen bij het Rogers Pass Discovery Centre nemen we dan ook uitgebreid de tijd voor het verkennen van dit informatiecentrum. We kijken de 25-minuten durende film 'Snow Wars' die over het gevecht tegen de lawines gaat. Een oude, maar interessante film. Voor we weer op pad gaan informeren we nog naar wandelingen (trails) die we kunnen lopen in dit park en in Mount Revelstoke National Park waar we straks ook nog doorheen zullen rijden. Slecht nieuws, bijna alle wandelingen blijken nog dicht te zijn vanwege de hoeveelheid sneeuw op de paden. Van de vijf korte wandelingen die we wilden doen, is er maar eentje open. Best wel balen dus. We lopen het centrum uit en merken dat het in ieder geval gestopt is met regenen.

We rijden weer verder, maar wanneer we langs de Rockgarden Trail komen besluiten we toch te gaan kijken. Bij deze wandeling hangt namelijk geen 'closed'-bord zoals bij andere wandelingen wel het geval was en ook staat de deur van het houten hek wagenwijd open. Zodoende lopen we de sneeuwvrije boardwalk op. Geen idee waarom dit pad dicht zou moeten zijn, dus lopen we verder. Na een tiental meters houd de boardwalk op en gaat het pad verder over de drassige grond. Het pad is nog goed te volgen. Al snel zien we de eerste enorme keien en rotsen liggen die de rotstuin vormen. Maar dan komen we sneeuw tegen. We lopen nog iets verder, maar na enkele meters is niet meer te zien waar het pad loopt. Tja, dus er is toch een reden om het wandelpad te sluiten. Dit is niet meer te doen, dus lopen we terug. Deze wandeling is waarschijnlijk toch mooier als er ook wat bloemen bloeien tussen de rotsen. Nu ligt er alleen sneeuw. We komen weer bij het hek en doen de deur maar achter ons dicht. Deze wandeling is toch nog niet te doen. Dan zien we op de deur een groot rood bord met in koeieletters 'CLOSED' erop. Hmm, dat zie je dus niet wanneer het hek wagenwijd open staat! Het bord waarschuwt zelfs voor beren in de omgeving. Oeps, gelukkig geen beer gezien of gehoord. Weer een ervaring rijker, gaan we snel de camper weer in en rijden we weg. Alle wandelpaden die we verder in Glacier National Park tegen komen zijn dicht. We geloven de borden die dat aangeven gelijk.

Tegen half vijf rijden we Mount Revelstoke National Park in. Het begint wéér te regenen. Al snel komen we langs de enige van de vijf wandelingen die open is. De Skunk Cabbage Trail, maar een wandeling lopen in de regen is niet leuk, hoe kort de wandeling ook is (in dit geval 1,2 km). We rijden dus in één stuk door naar het dorp Revelstoke. Daar gaan we langs het Visitor Centre om te informeren naar een camping. We kiezen voor Williams Lake Campground aan Williams Lake, want deze ligt het verst van het spoor vandaan. ;-)

Na het eten 's avonds doen we een eerste was van de vakantie. In de doucheruimte van de camper hangt een waslijntje, maar die is net groot genoeg voor één t-shirt. Dus spannen we zelf maar een lijntje door de camper heen. Resultaat: de halve camper hangt nu vol met wasgoed dat moet drogen. De rest van de avond lezen we, liggend op de bank, een boek. Zitten kan nu niet, want dan zit je met je hoofd tussen de natte t-shirts. Hopelijk droogt het allemaal een beetj snel.


Aantal gereden kilometers vandaag:  280 km

route 14 mei

begin reisverhaalvorige paginavolgende pagina