|
inleiding |
reisverhaal |
route |
reisinformatie en tips |
gastenboek |
menu
begin reisverhaal | vorige pagina | volgende pagina |
  | |
11 mei 2004Vandaag, dinsdag 11 mei, gaan we Banff National Park verkennen. Het is acht uur wanneer we wakker worden van de kou. Buiten is het -7°C en het sneeuwt ook een beetje. Er ligt zelfs een laagje sneeuw op de camper. Het is onderhandelen wie als eerste uit bed gaat om de kachel aan te doen, maar even later zitten we aan het ontbijt in een heerlijk warme camper. Tegen tienen gaan we op pad naar het dorp Banff voor een bezoek aan het bezoekerscentrum, waar we wat informatie halen over wandelingen in de omgeving. Een aantal paden zijn nog dicht vanwege de hoeveelheid sneeuw, maar er is nog genoeg te doen. Als eerste duiken we snel een internetcafé in om weer een dagverslag (over de beren in Waterton Lake National Park!) online te zetten. Echt goedkoop is het internetten hier niet, maar we hebben tenminste wel een supersnelle verbinding. Rond het middaguur rijden we met de camper naar de Cave & Basin National Historic Site aan de rand van het dorp. Hier zijn door spoorwerkers in 1883 twee natuurlijke waterbronnen ontdekt, waarvan één in een grot. Zodra we het expositiegebouw binnenstappen, komt een sterke rotte eieren lucht ons al tegemoet (zwavel dus). Weer eens wat anders dan een zwembad chloorlucht, maar niet echt veel beter. Bah! In 1883 bereikte de aanleg van de Canadian Pacific Railway de Rocky Mountains. Op 8 november 1883 ontdekten drie spoorwerkers een warmwaterbron in een grot bij Sulpher Mountain. De broers William en Tom McCardell en hun vriend Frank McCabe werkten aan de Canadian Pacific Railway en gingen, tijdens een vrije dag, op zoek naar goud. In plaats van goud vonden ze de warmwaterbron. Gelijk vormden ze plannen om het eigendomsrecht te verkrijgen om er vervolgens een kuuroord van te maken. Maar het eigendomsrecht krijgen bleek niet eenvoudig en de strijd ging door tot in de rechtbank. De overheid had al een tijd het plan om een nationaal park op te richten en omdat de omgeving van de warmwaterbron een ideale locatie voor zo'n park was, loste ze het probleem op door in 1885 de drie spoorwerkers uit te kopen. Hierdoor zijn, als onderdeel van het eerste nationale park in Canada, de warmwaterbronnen van Sulphur Mountain nu van alle Canadezen. In 1887 werd het eerste badhuis gebouwd en daarmee was de warmwaterbron open voor het grote publiek. Doordat deze locatie alleen per trein bereikbaar was, werden de kosten van het aanleggen van de Canadian Pacific Railway enigszins terugverdiend. Maar in de loop der tijd werden de zwembaden zo zwaar aangetast door chloor en natuurlijke mineralen in het water, dat het badhuis in 1975 moest sluiten. Na een grote restauratie werden de zwembaden in 1985 opnieuw geopend voor het publiek, om alweer gesloten te worden in 1993. Tegenwoordig zijn de zwembaden nog steeds gesloten voor badgasten, maar zijn ze wel te bezichtigen, evenals de warmwaterbron in de grot. Het Interpretive Centre toont een vaste expositie over de geschiedenis van de warmwaterbronnen, het badhuis en het eerste nationale park van Canada. ![]() Voordat we de expositie op de eerste etage bezoeken, lopen we eerst naar de bron in de grot. Deze ligt ongeveer tien meter onder de grond. Het valt ons gelijk op dat het water zo ontzettend helder is. Vanwege één of ander klein, bijzonder soort slakje dat er leeft, mogen we het water absoluut niet aanraken. Na een foto'tje (twee en een halve seconden sluitertijd!) lopen we weer terug. We nemen de trap naar boven om de expositie te bekijken en zo meer te weten te komen over de geschiedenis van deze bronnen. We bekijken onder andere een dertig minuten durende film over de ontdekking van deze warmwaterbronnen en daarmee het ontstaan van het eerste nationale park in Canada. Zeker een leuke film. De ontdekking van de bronnen en de gevolgen daarvan wordt nagespeeld, dus dit maakt de geschiedenis erg levendig. Eenmaal buiten lopen we nog de korte Discovery Trail over houten steigers die ons naar de hoogst gelegen bron leidt. Ineens schiet er een eekhoorntje over de boardwalk heen. Deze eekhoorn heeft mooie strepen over z'n rug lopen. Dit soort hebben we nog niet eerder gezien. Het pad eindigt bij het zwembad dat inmiddels niet meer toegankelijk is voor badgasten. Al met al vinden we een bezoek aan de Cave and Basin National Historic Site zeer de moeite waard. We besluiten vervolgens eerst te lunchen in de camper op de parkeerplaats, om daarna terug te lopen naar de Cave and Basin voor de Marsh Trail. Dit 2,7 kilometer lange wandelpad loopt door het bos, langs een moerassig landschap en langs de Bow River. Het eerste deel gaat over houten steigers (boardwalks) door het bos. We zien erg veel eekhoorntjes heen en weer over de grond rennen en snel in bomen klimmen. Dan komen we aan de rand van het bos en krijgen we een schitterend uitzicht over het moeras. Erg bijzonder met de hoge bergen op de achtergrond. We horen alleen vogels, eekhoorntjes en de wind terwijl we van het uitzicht genieten. Beetje jammer dat we vergeten zijn de verrekijker mee te nemen.
We lopen weer verder en zien plots twee herten op het pad voor ons staan. We staan gelijk stil om ze niet te verjagen. Ze eten rustig wat blaadjes van de bomen en zijn zich nog niet bewust van onze aanwezigheid. Bij de eerstvolgende stap die we zetten, gaan gelijk de oren van de herten onze kant op staan. Sluipen moet dus nog geoefend worden. Tweede stap... het linker hert kijkt onze kant op. We blijven nog maar even stilstaan en kijken hoe ze weer verder hun gang gaan. Wanneer we genoeg gezien hebben, lopen we langzaam het pad af richting de herten. Zij lopen vervolgens net zo langzaam het bos in, om de paar stappen omkijkend naar ons. Blijft leuk, die herten. Nog geen honderd meter verder komen we weer bij de Cave and Basin uit. Dit is alleen wel véél sneller dan volgens ons de bedoeling zou zijn. Dit kan nooit 2,7 kilometer geweest zijn. Ach, het is in ieder geval een leuke wandeling geweest. Terug in de camper zien we dat we de Marsh Boardwalk Trail gelopen hebben in plaats van de Marsh Loop Trail. En deze wandeling is inderdaad maar een halve kilometer lang! Na deze korte wandeling zijn we weer naar het dorp gereden voor een bezoek aan het Banff Park Museum National Historic Site. Dit is een klein, maar leuk museum met een oude, grote collectie opgezette dieren. Nu leren we eindelijk de naam van enkele beesten die we inmiddels gezien hebben. Zo heten de eekhoorns, die we vanmorgen tijdens de wandeling gezien hebben, rode eekhoorns (red squirrels). En ook, weten we nu, hebben we een mantelgrondeekhoorn (golden mantled ground squirrel) gezien. In een klein uurtje lopen we door het museum heen. In de kinderhoek(!) kijken we een video film over bruine beren (grizzly bears). ![]() Voordat we met de camper het dorp uitrijden, halen we nog even snel wat boodschappen. Daarna rijden we naar Lower Bankhead voor een korte wandeling over oud en verlaten mijncomplex. De ingangen naar de mijn zijn afgesloten toen de mijn opgeheven werd in 1922. De meeste gebouwen zijn toen ook verhuisd of afgebroken, maar er zijn nog oude machines, een kolentrein en verder enkele ruines te zien. Informatieborden langs het wandelpad geven informatie over wat we zien. Net wanneer we aan de wandeling beginnen, begint het licht te sneeuwen. Het is een interessante wandeling met een bijzondere sfeer door de verlatenheid, de sneeuw en het landschap. Wat ook wel grappig is, is dat er op deze plek veel wilde rabarber staat. Chinezen, die in de mijn werkten, hebben hier in het verleden rabarber geplant om zo hun eigen voedsel te kweken. Het is al zes uur wanneer we weer bij de camper aankomen en we besluiten dan ook nog een nachtje te blijven op dezelfde camping. Terwijl we naar Tunnel Mountain Campground rijden, komen we langs het begin van de Hoodoo Trail. Die hoodoos (zou hier een Nederlandse vertaling voor bestaan?) willen we wel zien, dus parkeren we de camper op de parkeerplaats. De trail is maar anderhalve kilometer lang, maar leidt naar een schitterend uitzicht over drie grote bergen (Rundle Mountain, Sulpher Mountain en Tunnel Mountain), het dal (waar de Bow River doorheen stroomt) en de hoodoos. Terwijl we over het pad lopen met links het bos en rechts het dal, ziet Jeroen een grijze wolf. Ik zie helaas alleen iets het bos inschieten. We lopen weer verder en komen snel bij het uitzichtpunt. Prachtig is het hier, ook met de lage bewolking die er nu hangt! Echt dicht bij de hoodoos kun je niet komen, maar het uitzicht maakt dat goed. We lopen nog een stukje verder en zien dan ook het lelijke/mooie (de meningen verschillen) Banff Springs Hotel in de verte liggen. Op weg terug naar de camper komen we weer twee herten op ons pad tegen. Ze houden ons bij elke stap in de gaten, maar laten ons hun maaltijd niet verstoren. Ze lopen op maar acht tot tien meter van ons vandaan. We hebben dit nu al een paar keer meegemaakt, maar het blijft boeien.
Nu hebben we echt wel genoeg gedaan en gezien voor vandaag, dus we rijden zonder stoppen door naar de camping, betalen voor nog een nacht en slaan aan het koken. Vermoeiende dag, maar wel weer helemaal geweldig! Met vijf herten, zeven rode eekhoorns, een mantelgrondeekhoorn en een wolf hebben we vandaag ook behoorlijk wat wildlife gezien.
|
||
|
begin reisverhaal | vorige pagina | volgende pagina |