inleiding | reisverhaal | route | reisinformatie en tips | gastenboek | menu
begin reisverhaalvorige paginavolgende pagina

 

9 mei 2004

herten lopen door Maskinonge Lake

Half negen zijn we ons bed uit en iets voor tienen zijn we klaar om op pad te gaan naar Waterton Lakes National Park. We zijn nog geen tien minuten onderweg wanneer we een hert de weg zien oversteken. We kijken het hert na en zien daardoor vervolgens in een dalletje naast de weg een groep van ongeveer veertien herten staan. Heeft dat ene hert toch mooi de locatie van de rest weggegeven. We waren er anders zeker straalvoorbij gereden. Zodra we het zijweggetje dat daarnaast ligt induiken, lopen de herten het berkenbos in dat naast Maskinonge Lake ligt. Wij nemen de weg rechtsom de picknickplaats, in de hoop de herten de pas af te snijden. Ze lopen inderdaad in de "val", maar huppelen vervolgens gewoon met z'n allen het water in. We kijken ademloos toe. Wanneer de herten bijna aan de overkant zijn, schrikken ze van een paar kwakende eenden in het riet en sprinten ze onze kant weer op. Halverwege zijn is de groep van de schrik bekomen en houden ze de pas in. Rustig lopen ze alsnog naar de waterkant tussen de eenden en ons in. Het hele spektakel hebben we schitterend vanuit de camper kunnen volgen. Goed begin van de dag!

We rijden zonder problemen weer langs de toegangspoort. Onderweg naar Red Rock Canyon zien we nog een paar Canadese ganzen (Canadian Geese). Deze grote ganzensoort, die ook veel in Nederland(!) voorkomt, is makkelijk te herkennen aan hun zwarte kop met witte keel en wangen en hun lange, zwarte hals en verder bruingrijze lichaam. Na een paar kilometer slaan we rechtsaf de vijftien kilometer lange Red Rock Parkway in. Net voor de plek waar we gisteravond de twee beren gezien hebben, zie ik nu beneden in het dal een reiger staan aan de rand van het water. Mooi plaatje zo. Wanneer we langs "onze" berenplek rijden, kijken we nog snel of we ze weer zien, maar helaas, geen beren. Aan het einde van de Red Rock Parkway parkeren we de camper. Dit is het startpunt van enkele wandelingen.

Red Rock Canyon gezien vanaf de houten brug

Als eerste lopen we de korte Red Rock Canyon Trail langs de roodgekleurde bergkloof waardoor een riviertje stroomt. Vanaf de houten brug aan het begin van de wandeling hebben we al een mooi uitzicht over de kloof. Dit is al schitterend om te zien terwijl we aan de eigenlijke wandeling nog moeten beginnen. Het is vandaag erg koud en guur, dus we stappen flink door om het wat warmer te krijgen. Langs het pad staan her en der informatieborden die de wandeling gelijk een beetje educatief maken, toch is het ook wel leuk om te weten waaròm de wanden zo rood zijn. Dat komt dus door ijzererts dat in het steen zit. Water slijt de rotsen af, waardoor het ijzererts in aanraking komt met de lucht en gaat oxideren. Dit geeft de dieprode kleur aan het steen.

Wanneer we een klein half uurtje later weer terug zijn bij de houtenbrug, besluiten we de wandeling naar de Blakiston Falls ook te doen. Het eerste gedeelte gaat langs Blakiston Creek en dezelfde kloof, maar al snel buigt het pad af en lopen we door een dicht bos. Ineens zien we midden op het pad berenkeutels liggen. Donkerbruin en zo groot als druiven. Instinctief (of intuïtief?) kijken we gelijk om ons heen, speurend naar een beer. Niets te zien. We lopen door en zien vervolgens verse hoefsporen van een hert, maar ook geen hert te zien. Na een klein half uurtje lopen, bereiken we de watervallen. Ze zijn niet zo hoog, maar met de bergen om ons heen is het wel een mooi plaatje. Dan begint het gewoon ineens zachtjes te hagelen. Het is ook wel behoorlijk bewolkt en koud, maar dit verwachtte we niet. Gelukkig komt er af en toe toch ook een zonnetje door het wolkendek.

Terwijl we naar het tweede uitzichtpunt lopen, komen twee andere wandelaars ons tegemoet. Ze stoppen en vragen of wij ook net een hert gezien hebben. Het lag namelijk midden op het pad toen zij eerder voorbij liepen. Het hert liep toen twee meter het bos in waar het vervolgens bleef staan. Nee, jammer, hebben we dus niet gezien. Waarschijnlijk hebben we het hert met ons luidruchtige gepraat (vanwege de ontdekte berenkeutels) weggejaagd. Maar de sporen die we zagen, zijn dus waarschijnlijk van dit hert.

Bij het tweede uitzichtpunt staan we, dankzij houten steigers, recht boven de waterval. Met flink wat geweld stort het water zich hier over de afgrond. Na nog wat rondgekeken te hebben, lopen we over hetzelfde pad weer terug. Op zo'n driekwart van de wandeling zien we dezelfde twee mensen weer als bij de waterval. Ze gebaren naar het bos en we zien hun mond "deer" zeggen. Zoekend kijken we het bos in en dan zien we inderdaad een jong hert staan op zo'n tien meter van ons vandaan. Hij kijkt ons recht aan. Even blijft hij zo staan, tot hij er zeker van is dat wij geen bedreiging vormen, en dan begint hij aan de blaadjes om hem heen te snuffelen. We kijken ademloos toe. Bij elk geluid in de omgeving gaat zijn kop omhoog en spitst ie zijn oren. Even later loopt het hertje een paar meter verder het bos in om daar weer verder te snuffelen en te knabbelen aan lekkere blaadjes. Prachtig!

Terug in de camper lunchen we eerst voordat we weer verder op pad gaan naar een volgende wandeling. Volgens de GPS zijn de twee wandelingen van vanmorgen bij elkaar 3,35 kilometer. We hebben er, inclusief de vele stops, één uur en twintig minuten over gedaan. Na de lunch rijden we over de Red Rock Parkway weer terug. Op de plek waar wij gisteravond twee beren gezien hebben, staan nu een aantal mensen het dal in te kijken. Nieuwsgierig als we zijn, parkeren we de camper en gaan we er bij staan. Al snel blijkt dat er twee kleine beren gesignaleerd zijn. Jeroen en ik vermoeden gelijk dat het om de zelfde beren als gisteravond gaat. We nemen ze dan ook niet op in onze 'hoeveel-beren-zien-we'-teller. Eén van de twee beren zit weer hoog in een boom een dutje te doen.

Prince of Wales Hotel en Middle Waterton Lake

We rijden naar het bezoekerscentrum om daarvandaan de wandeling naar de top van Bears Hump te doen. Al snel blijkt dit een flinke klim te zijn. Over een afstand van 1,2 kilometer stijgen we 200 meter. We stoppen regelmatig om weer even op adem te komen en natuurlijk om van het steeds mooier wordende uitzicht te genieten. Ongeveer halverwege naar de top hebben we ineens vrij zicht op het Prince of Wales Hotel. Het hotel ziet er maar klein uit, hiervandaan. Na drie kwartier klimmen, bereiken we eindelijk de top. Op dat moment begint het ook zachtjes te sneeuwen. Vandaag eerst zon, toen hagel, daarna zon en nu dus sneeuw... het weer is vandaag in ieder geval lekker wisselvallig. Het uitzicht vanaf Bears Hump is helemaal geweldig. We kijken uit over de uitgestrekte vallei, Upper Waterton Lake, Middle Waterton Lake en het, nu erg kleine, Prince of Wales Hotel. Uiterst rechts zien we ook nog een gedeelte van de Red Rock Canyon liggen. Voorzichtig lopen we wat verder naar de rand van de kale rots en dan zien we ook het dorp onderaan de berg. Erg leuk, maar dit laatste vooral niet doen als je last hebt van hoogtevrees. Wanneer de wind erg koud begint aan te voelen, lopen we over hetzelfde pad weer naar beneden.

Upper Waterton Lake vanaf Bears Hump

Eenmaal terug op het parkeerterrein van het bezoekerscentrum, stappen we de camper weer in, maar wanneer we wegrijden zien we ineens twee berggeiten komen aanlopen. Snel zetten we de camper weer terug in het parkeervak en springen we eruit met camera in de hand. Berggeiten hebben we deze vakantie nog niet gezien. Ze lopen vanuit de richting van het dorp rustig midden op de weg en trekken zich nergens iets van aan. Een tegemoet komende auto kan ze niet boeien, die moet maar gewoon stoppen. Dan blijven de geiten stilstaan, juist ja, midden op de weg. Enkele auto's rijden maar om ze heen, want ze verroeren geen poot meer. Terwijl we ons afvragen waarom de geiten in hemelsnaam midden op de weg stil blijven staan, zien we twee jonge berggeitjes komen aanlopen uit dezelfde richting. Lief! Wanneer de hele geitenfamilie weer compleet is, lopen ze naar de berm om daar van het lekkere gras te eten.

We laten de berggeiten van hun maaltijd genieten en stappen weer in de camper. Zodra we het dorp inrijden, zien we een groepje herten lopen. Dan tussen de huizen door nog een groep. Ze laten zich niet tegenhouden door een lullig tuinhekje. Vanuit het dorp kijken we nog even naar de Bears Hump, waar we een uurtje geleden nog bovenop gestaan hebben. Verder lopen we nog wat rond, maar veel is er niet te zien. Veel van de winkels zijn ook nog gesloten vanwege het voorseizoen. Pas over enkele weken draait hier alles op volle toeren. Tegen vijf uur rijden we Waterton Lakes National Park uit om weer richting de camping te gaan. Wanneer we bijna bij de camping zijn, zien we dat we nog hadden moeten tanken. Het dorp hebben we wel gezien zo, dus rijden we de camping voorbij naar het zestien kilometer verderop gelegen dorp Mountain View te rijden. Daar hebben ze vast ook wel een benzinestation. Halverwege de rit zien we een kudde bizons op een heuvel in de verte staan. Leuk, zien we toch nog bizons, ondanks dat het Buffalo Paddock in het park gesloten is. In Cardston komen we al snel een benzinestation tegen, maar deze is gesloten. Tenminste, dat denken we. De reclameborden staan buiten en er brand wel licht in het kleine gebouwtje, maar de deur zit op slot en de benzinepompen staan uit. We wachten even af wat de automobilist doet die net komt aanrijden. Deze zet z'n auto naast de pomp stil, wacht even, leunt eens flink op z'n claxon, wacht weer even, kijkt vervolgens kwaad om zich heen en besluit dan hard weg te rijden. Al die tijd blijft het stil in het gebouwtje, dus rijden wij ook maar weg. Dan toch maar tanken in Waterton Park.

ijsschotsen in Cameron Lake

's Avonds na het eten, rond zeven uur, gaan we weer op berenexpeditie. Na vijf minuten rijden zien we een grote kudde herten in een weiland grazen. Een heel mooi gezicht. We rijden Waterton Lakes National Park weer in op weg naar Cameron Lake. Dit meer ligt aan het einde van een bochtige bergweg door Cameron Valley, de Akamina Parkway. Ook dit is een mooie route met uitzicht op steile, grillige bergwanden. Wanneer we bij het meer aankomen, blijkt deze nog grotendeels bevroren te zijn. Er liggen allemaal grote, dikke ijsschotsen, die dan weer net niet sterk genoeg zijn om erop te staan (dit heeft Jeroen namelijk bewezen). Op de weg terug over de Akamina Parkway zien we in het schemerdonker een hert en twee konijnen(!). Maar eenmaal op de hoofdweg zien we een hert, nog een hert, hé... een hert, een hert, een hert, juist ja... een hert, een hele groep herten, drie herten, een hert, een hert met jong, een hert, en even verderop een eland, nee... dat is toch ook een hert. Ze zijn allemaal buiten vanavond. We zijn maar gestopt met tellen, want het is zo niet meer bij te houden. Wel erg leuk. Waar anders maak je dit zo mee?

Waterton Lakes National Park wordt vaak overgeslagen door toeristen die op rondreis zijn in West-Canada, doordat het niet handig op de route tussen Vancouver en de Rocky Mountains ligt, maar wij vinden dit park zéker een aanrader en het omrijden waard.


Aantal gereden kilometers vandaag:  163 km


begin reisverhaalvorige paginavolgende pagina