inleiding | reisverhaal | route | reisinformatie en tips | gastenboek | menu
begin reisverhaalvorige paginavolgende pagina

 

6 mei 2004

berg omhuld door wolken

Ook vandaag staan we rond acht uur op en rijden we zo'n anderhalf uur later van de camping weg. Over highway 6 rijden we richting Nelson. Het is erg bewolkt, maar toch rijden we zo nu en dan in het zonnetje. De omgeving hier is alwéér prachtig. De kale, besneeuwde bergpieken die boven de lage bewolking uitsteken, geven een mooi sfeervol beeld.



Slocan Lake met links Valhalla Provincial Park

We passeren een bord dat waarschuwt voor overstekende herten. We houden gelijk weer de berm links en rechts in de gaten, want we hebben inmiddels geleerd dat wanneer er in Canada gewaarschuwd wordt voor herten, ze er ook echt zitten. In Nederland zijn het leuke borden, maar nog nooit heb ik er een hert gezien in het wild. Maar helaas, nu ook hier geen herten. Nadat we Silverton gepasseerd zijn, stoppen we bij een uitzichtpunt dat uitkijkt op Slocan Lake en Valhalla Provincial Park. Terwijl we foto's aan het maken zijn, komt er een trekker oplegger combinatie aanrijden met enorme boomstammen. De chauffeur parkeert zijn logging truck, stapt uit om de remmen te controleren en vervolgt daarna zijn weg verder de berg af. Onze grote camper ziet er naast zo'n truck niet meer zo groot uit. :-)

Baker Street in Nelson

Wanneer we in Nelson aankomen, gaan we eerst langs het Visitor Centre voor informatie over internetcafé's en bezienswaardigheden. We krijgen een interessante stadswandeling mee die langs de verschillende cultureel erfgoed gebouwen (heritage buildings) gaat. Maar voordat we aan de wandeling beginnen, lunchen we eerst in de camper. Het worden hotdogs!! We gaan zo dadelijk veel lopen, dus kunnen we de extra energie wel gebruiken, hahaha. Een half uurtje later trekken we de wandelschoenen aan en gaan we op pad. Nelson is zeker een gezellige stad om doorheen te slenteren (al heeft het meer weg van een dorp, maar dat hebben zo'n beetje alle steden hier). De stad heeft meer dan 350 gerestaureerde Victoriaanse gebouwen. Links op de foto staan de winkels J.M. Ludwig Leathergoods (gebouwd in 1897) en Bellamy's Grocery (gebouwd omstreeks 1895). Verder komen we weer veel muurschilderingen tegen met de meest uiteenlopende onderwerpen. Wanneer we in de buurt van de bibliotheek zijn, wijken we even van de stadswandeling af om de bibliotheek in te gaan, zodat we onze e-mail kunnen lezen en de website weer kunnen bijwerken. Erg leuk om de reacties op onze verslagen in het gastenboek te lezen!

Nadat we langs alle gebouwen van de stadswandeling gelopen zijn, duiken we een groot winkelcentrum in. Kleding is over het algemeen goedkoper hier dan in Nederland, vooral spijkerbroeken en sportkleding. Tegen vijf uur lopen we terug naar de camper en vertrekken we, een spijkerbroek rijker, uit Nelson. Bij Balfour sluiten we aan in de korte rij voor de veerboot over Kootenay Lake naar Kootenay Bay (dienstregeling), de 'the longest and most scenic free ferry crossing in the world!' volgens de brochure. We zijn benieuwd. We moeten er zo'n veertig minuten op wachten, maar dan kunnen we de veerboot oprijden. Ondanks het zeer bewolkte weer is de overtocht inderdaad erg mooi. De halfvolle boot doet er precies de geplande 35 minuten over, maar omdat we halverwege het meer de tijdsgrens passeren, bereiken we toch pas kwart voor acht de overkant in plaats van kwart voor zeven. Zijn we nu wel weer een uurtje dichter bij Nederland! Onder de Mountain Pacific Time rijden we verder richting Creston. Omdat het nu wel laat eten wordt, willen we op de eerste de beste handige plaats stoppen zodat we kunnen koken en eten om daarna nog een stukje verder naar het oosten te rijden.

We rijden door Gray Creek ("population 354 and growing") en bij een kleine winkel, dat ook fungeert als postkantoor, geven we onze kaarten voor moederdag af. Deze kaarten hebben we trouwens in Nelson gekocht. Ze hadden kaarten zat, maar de ene kaart was nog zoetsappiger dan de andere tot het overdrevene aan toe. Een half uurtje later komen we in Boswell langs het Glass House. Zoals de naam al zegt, een huis van glas. In 1952 begon ene David H. Brown, een gepensioneerde begrafenisondernemer, met de bouw van dit huis dat nu uit een half miljoen lege, vierkante balsemvloeistof flessen bestaat. Vanwege het gebrek aan privacy (duh, wat had hij dan verwacht??), fungeert het niet meer als woonhuis, maar als toeristische attractie. Het huis is voor vandaag alweer gesloten, maar vanaf de weg zien we al dat dit niet iets is om veel tijd aan te besteden. We rijden dus snel verder.

Vijfendertig kilometer voor Creston laat het wildlife zich weer van een goede kant zien. Aan de rechterkant van de weg zien we ineens een hert staan. Hij schrikt van ons, huppelt gelijk een stukje langs de weg, blijft dan nog even staan en loopt vervolgens rustig het bos in. Tien minuten later zien we twee herten aan de linkerkant van de weg. Zodra ze ons in de gaten hebben, lopen ze verder de berm in een heuveltje op. Het achterste hert is blijkbaar wat nieuwsgierig ingesteld, want deze loopt veel langzamer en houd na een paar stappen al in. Stokstil staat hij ons aan te staren. Af en toe trekt hij een voorpoot omhoog als of ie twijfelt om verder te gaan. Dan loopt hij alsnog het andere hert achterna. Heel gaaf!

hert langs de weg

Het begint al flink te schemeren wanneer we door Sirdar, ook al zo'n klein gehucht van vijf huizen, rijden. Ze hebben we wel een mooie general store c.q. post office uit 1913. Rond kwart over negen (Mountain Standard Time dus) rijden we Creston in. Ondanks dat het nu snel donker wordt, besluiten we toch nog wat verder door te rijden richting Fort Steele. Bij Yahk is een provinciaal park met camping waar we willen overnachten, maar helaas rijden we er straal voorbij. Geen bord gezien. In het pikkedonker rijden dus maar door naar het volgende provinciale park (Moyie Lake Provincial Park) ongeveer veertig kilometer verder richting Cranbrook. Ineens seint een tegemoet komende vrachtwagen met z'n lichten en een paar tellen later zien we in de rechterberm een groep herten staan. Ze staan echt pal naast de weg, dus Jeroen remt flink af. Stapvoets rijden we verder. Meneer de vrachtwagenchauffeur, bedankt voor de waarschuwing. In het donker tel ik vijf herten. Eentje staat stokstijf van de schrik nog geen anderhalve meter van de camper vandaan. Ik ben net zo geschrokken, want het grote beest kijkt recht de camper in. Een paar anderen huppelen snel weg. Dan zijn we er alweer voorbij. We rijden, helemaal onder de indruk, weer verder. Ik pak gelijk de videocamera er maar weer bij, je weet tenslotte maar nooit. Nog geen kwartier later zien we weer een groepje herten staan. Nu tel ik er vier. De video snel op nightshot en filmen maar. Hebbes! De foto rechts komt van de video film af.

Wanneer we in de buurt van Moyie komen, letten we héél goed op de borden langs de weg. Het gaat ons niet weer gebeuren dat we er zomaar voorbij rijden. Gelukkig zien we nu wel een bord hangen dat de provinciale camping aangeeft. Over twee kilometer is de afslag. Goed opletten dus. Daar... weer een bord. Nog één kilometer staat erop, maar daaroverheen hangt nog een bordje: CLOSED. Hmm, niet grappig. We rijden nu toch maar een stukje terug, want we hebben net nog een bord gezien voor een andere RV camping. Kwaliteit boeit ons nu niet meer, we willen gewoon een plekje. We rijden de aangegeven zijweg in. Het is pikdonker en we rijden over een onverharde en onverlichte weg. Het servies rammelt luidkeels in de kastjes. Na een kwartier rijden, zien we de camping nog steeds niet, ook geen bord. We geven het op, keren om en rijden terug naar de snelweg. Dan maar verder rijden naar Cranbrook.

Op de kaart zien we dat we net voor Cranbrook nog een provincial park tegen zullen komen, dus gaan we het daar maar eens proberen. We moeten nu wel een beetje doorrijden, want het is half elf en de meeste parken gaan om elf uur dicht. Weer goed op de borden letten dus. Ineens zien we in een flits een hert de berm induiken. Dat ging snel voorbij. Onze aandacht toch maar op de borden houden. Even later zien we een bord voor Jimsmith Lake Provincial Park. Nog twee kilometer. Hoopvol kijken we uit naar het volgende bord. Yes! Geen CLOSED bordje eroverheen. We draaien de zijweg in en volgen deze voor vier kilometer. Uiteindelijk zien we een bordje met 'ingang 400m', maar wat zien we dan, hek dicht. Het is tien voor elf, maar dat is het probleem niet. Deze camping gaat pas over ruim vijf weken, aan het begin van het hoofdseizoen, open. Dus maar weer omdraaien en terug naar de snelweg. We rijden het centrum van Cranbrook in en zien nagenoeg gelijk een bordje voor een camping. Die volgen we en kwart over elf komen we aan op de Mount Baker RV Park, een stadscamping. Wanneer we het terrein oprijden, komt er gelijk een mannetje met zaklamp op ons afgelopen. Ja, hij heeft nog plaatsen genoeg. Hij leidt ons erheen en snel sluiten we de elektra aan. Eindelijk kunnen we eten, want daar waren we nog niet aan toe gekomen. Daarna nog even de administratie en het reisverhaal bijwerken en dan lekker naar bed.


Aantal gereden kilometers vandaag:  395 km

route 6 mei

begin reisverhaalvorige paginavolgende pagina