|
inleiding |
reisverhaal |
route |
reisinformatie en tips |
gastenboek |
menu
begin reisverhaal | vorige pagina | volgende pagina |
  | |
3 mei 2004Het is negen uur wanneer we van de camping Mule Deer in Manning Provincial Park vertrekken. We rijden een stukje terug richting Hope, weer langs het gesloten Visitor Centre, en slaan linksaf een zijweg in naar Lightning Lake. Hier moet ergens de Twenty Minute Lake Trail beginnen die rond, hoe bestaat het, Twenty Minute Lake loopt. Nu denk je natuurlijk dat het meertje deze naam gekregen heeft, omdat je er in twintig minuten omheen loopt. Dat laatste klopt wel, maar het is niet de reden waarom dit meer zo heet. Het heeft deze naam gekregen, omdat het ooit twintig minuten duurde om het meer te voet te bereiken vanaf het oude park centrum. Zo, weer wat geleerd. ![]() We zien geen bordjes die deze wandeling aangeven, dus parkeren we op de parkeerplaats die volgens ons kaartje het meest logisch is. Beetje zoeken in de berm en we vinden er inderdaad een pad. Al na een paar meter zien we een klein meer, dus we moeten wel goed zitten. Het is wel oppassen, want er ligt nog veel sneeuw en waar geen sneeuw ligt is het erg drassig. Een keer geen nette boardwalk... ook wel eens leuk toch? We lopen tegen de klok in rond het meer. Na tien minuten beginnen we te twijfelen of we toch wel een uitgezette wandelroute volgen. Door de sneeuw is er geen pad te ontdekken en er liggen behoorlijk wat grote takken waar we nu maar overheen klimmen. We volgen de rand van het meer. Dan zien we drie houten balken netjes naast elkaar liggen die zo een brug vormen over een stroompje. Dus toch een pad! Langzaam lopen we in stilte verder. Af en toe wijzen we elkaar iets moois aan, maar we zeggen geen woord. We willen herten of andere beesten zien, dus het is zaak zo min mogelijk geluid te maken. In de verte horen we een specht tekeer gaan. Dan zien we in de sneeuw hoefsporen van herten. Ze zitten hier dus duidelijk wel, maar laten zich nu niet zien. We sluipen verder en zien her en der nog meer sporen in de sneeuw. Het landschap is prachtig en we hebben het gevoel de enige in dit provinciale park te zijn. Een half uurtje nadat we begonnen zijn, komen we weer aan bij de camper, overigens zonder een hert gezien te hebben. ![]() We rijden terug richting de snelweg en stoppen na nog geen drie kilometer voor de Canyon Nature Trail. Deze wandeling volgt een rivier, gaat halverwege over de rivier heen en dan langs de andere kant weer terug naar het begin. Deze wandeling is duidelijk populairder dan Twenty Minute Lake Trail, want de meeste sneeuw is gesmolten onder de vele voetstappen. Dit maakt het volgen van het pad wel makkelijker, maar minder avontuurlijk. Ook hier zien we in de sneeuw naast het pad enkele hertensporen, maar de herten laten zich helaas weer niet zien. Nadat we weer terug zijn bij de camper rijden we de snelweg op om vervolgens Manning Provincial Park uit te rijden richting Princeton. Onderweg zien we dan eindelijk de eerste herten. We tellen er in totaal elf. Ze staan in een redelijk open gedeelte van het bos en in de aangrenzende weilanden, maar net te ver weg voor een mooie foto. In Princeton aangekomen, informeren we bij het Visitor Information Centre waar we kunnen internetten. Ze verwijzen ons naar een internetcafé in het centrum. Nu lukt het gelukkig wel om de website bij te werken. We plaatsen de eerste reisverhalen en enkele foto's. Het thuisfront ook weer blij. Daarna gaan we weer verder, nu richting Keremeos. In de vele weilanden zien we een boel koeien, maar die zijn toch een stuk minder interessant. In Stemwinder Provincial Park stoppen we naast de Similkameen River voor de lunch. Tussen Hedley en Keremeos maken we vervolgens nog een korte stop bij een Wild Life Viewpoint. Op de kale bergen schijnen hier veel mountain goats rond te lopen, maar vandaag dus niet. Ook met de verrekijker kunnen we ze niet spotten. Dan maar meer verder. ![]() In Keremeos bezoeken we de Grist Mill, een wateraangedreven graanmolen uit 1877. Ze zijn vandaag officieel niet open, dus de oude molen draait niet en er zijn ook geen rondleidingen. Wel mogen we zelf even rondkijken. Ter compensatie wordt er vandaag geen entree geheven, dus dat is mooi meegenomen. Langs de netjes aangelegde tuin komen we bij een houten gebouwtje aan. Dit was vroeger de winkel en fungeert nu als museum waarin de mechaniek van de graanmolen uitgelegd wordt. Geinig klein museumpje. Daarna lopen we door naar de molen, want daar gaat het tenslotte om. Ik loop voorbij de molen een heuveltje op en daarvandaan krijg ik een prachtig uitzicht over de oude graanmolen en de bergachtige omgeving. Een erg mooi plaatje, maar toch is Jeroen niet over te halen ook de heuvel op te lopen. ;-) ![]() Eenmaal weer in de camper en op weg naar Kelowna kunnen we niets anders dan genieten van het landschap. Het is vandaag, ondanks de stapelwolken, lekker weer met geregeld zon. Tussen Summerland en Peachland stoppen we weer bij een uitzichtpunt. Hier hebben we een mooi uitzicht over het zuidelijke deel van Okanagan Lake. Zo hoog boven het meer waait het trouwens behoorlijk en is het daardoor best fris. In het kleine plaatsje Westbank zoeken we met behulp van de campinggids een camping op. We kiezen voor het Happy Valley Resort dat aan het Okanagan meer ligt. De eigenaresse van de camping vertelt dat we elk vrij plekje mogen pakken. Omdat het in het voorseizoen nog zo rustig is, neemt ze het niet zo nauw met de tijd en kunnen we morgenochtend rustig aan doen met het vetrekken. We zoeken een plekje uit aan het strand. Terwijl Jeroen de camper aansluit op het water en de elektra, begin ik vast met koken.
|
||
|
begin reisverhaal | vorige pagina | volgende pagina |