inleiding | reisverhaal | route | reisinformatie en tips | gastenboek | menu
begin reisverhaalvorige paginavolgende pagina

 

2 mei 2004

Yes! Het regent inmiddels niet meer. We gaan vandaag een oud fort bekijken en dan is het wel lekker als het droog is. Net na negen uur vertrekken we van de camping. Na drie keer een bocht, staan we voor Fort Langley Historic Site. En dan blijkt dat deze pas om tien uur open gaat. Ach, we hebben een camper, dus kunnen we in alle comfort nog even een kopje koffie drinken. Af en toe komt nu ook het zonnetje door.

Store House in Fort Langley

Klokslag tien uur lopen we alsnog Fort Langley in. Een man in oude werkkleding komt gelijk op ons aflopen. Hij is onder andere de smid van dit fort. Hij wijst naar een houten barak, vertelt dat daar over een paar minuten een korte film begint over Fort Langley, en vraagt of we daarna bij hem komen kijken. Natuurlijk doen we dat, maar eerst de film. De film geeft een goed beeld van Fort Langley ten tijde van de Hudson's Bay Company (HBC).



Ongeveer 56 kilometer ten oosten van Vancouver ligt Fort Langley, gebouwd in 1827. Het was onderdeel van de Hudson's Bay Company, een netwerk van handelsposten. Het fort kreeg een belangrijke rol nadat in 1846 de grens tussen de Verenigde Staten en Brits Columbia op de 49e breedtegraad werd vastgelegd. Hierdoor moest de toevoer van de handel naar het noorden via Fort Langley. Gouden tijden waren er ook tijdens de Goldrush. Vele goudzoekers gebruikten Fort Langley als startpunt. In het Big House, dit is een van de gebouwen in het fort, verklaarde de Britse regering Brits Columbia tot kroonkolonie met James Douglas als eerste gouverneur. Hierna raakte Fort Langley al snel in verval. De storehouse is het enige gebouw dat origineel is overgebleven. In 1923 is het door Canada uitgeroepen tot National Historic Site, waarna het weer langzaam is opgebouwd tot de huidige staat.

Na de film lopen we, zoals beloofd, naar het houten gebouw waar de man inmiddels bezig is met het maken van houten tonnen. Hij begint gelijk enthousiast te vertellen wat hij hier maakt en waarom hij het maakt. Vervolgens laat hij ook zien hoe de tonnen gemaakt worden. In dit soort tonnen werden vroeger onder andere vis en bessen opgeslagen en vervoerd. Hij kan het allemaal erg leuk vertellen en we staan geboeid te luisteren. Wanneer hij alles wat hij weet over tonnen verteld heeft, loopt hij naar de andere kant van het gebouw. Daar vertelt hij vervolgens, aan de hand van een maquette, hoe de houten gebouwen die hier op het terrein staan gebouwd zijn.

Blacksmith Shop in Fort Langley

Even later loopt hij weg, maar hij komt, nu met een zwarte schort om, weer snel terug. Hij legt uit dat hij het vuur in de smederij gaat opstoken en vraagt of we daarna willen zien hoe een smid vroeger werkte. Nou, dat lijkt ons wel wat, dus volgen we hem naar de smederij. Dit piepkleine gebouwtje in de hoek van het terrein zit propvol gereedschappen en materialen. We kijken aandachtig hoe de man, nu als smid, bezig is het vuur en de kolen op temperatuur te krijgen. Enorme rookpluimen vullen het gebouwtje, maar zijn een paar tellen later alweer verdwenen. Dan kan er begonnen worden. Hij gaat een s-haakje maken voor z'n Hollandse gasten. Daar moet hij ons wel mee bedoelen, want we zijn de enige aanwezigen. Een staafje ijzer gaat het vuur in en wordt er roodgloeiend weer uitgehaald. Met veel kabaal en fysiek geweld brengt de smid het staafje in een s-vorm. Daarmee lijkt het al snel op een haakje. Maar het oog wil ook wat, dus het haakje gaat weer in het vuur en wanneer deze weer roodgloeiend is maakt de smid er een sierlijke draai in. Even afkoelen, in de rook houden (voor de zwarte kleur) en schoonmaken. Dan is het haakje klaar. Ons eigen, met noeste handenarbeid vervaardigde, haakje. Leuk!

Dan lopen we de andere gebouwen langs. In de meeste gebouwen staat iemand in kleding van rond 1930 om het een en ander te vertellen. Een meisje in de Storehouse, het enige originele gebouw, vertelt over de handel tussen de First Nations people (laat ik ze toch maar gewoon indianen noemen) en de Europese immigranten. Een bevervel gemaakt door de indianen stond gelijk aan één punt en een wollen deken gemaakt door de Europeanen koste bijvoorbeeld drie punten. Zo kocht en verkocht men zijn waar. Doordat dit zo verteld en uitgebeeld wordt, komt de geschiedenis aardig tot leven. Erg leuk en interessant. Het zijn maar zeven gebouwen, maar pas na twee en een half uur zijn we uitgekeken en verlaten we Fort Langley.

Bridal Veil Falls

Via highway 1 rijden we richting Hope. Na een uurtje rijden komen we langs Bridal Veil Falls Provincial Park. In dit park lunchen we en wandelen we daarna naar de zestig meter hoge Bridal Veil waterval, die als een sluier over de gladde rotsen van Mount Cheam valt. Via een kort, maar soms steil pad komen we aan bij de waterval. Deze ligt mooi verscholen in de bossen. We horen het geruis van het water al veel eerder dan dat we het kunt zien. Leuke korte tussenstop.

In Hope aangekomen, zoeken we het Visitor Centre op. Daar krijgen we te horen dat de plaatselijke bibliotheek computers met internet toegang heeft, dus daar rijden we heen. Het blijken behoorlijk oude bakken (Windows 95, geen USB-poort) te zijn, dus het bijwerken van de website gaat niet lukken, maar we kunnen wel een mailtje sturen naar het thuisfront.

Ondanks de slechte weersverwachting blijft het vandaag droog. Vanuit Hope rijden we naar Manning Provincial Park, daar willen we namelijk overnachten. Wanneer we door het park rijden zien we links en rechts in het bos steeds meer sneeuw liggen. We rijden duidelijk steeds hoger de bergen in. De eerste campings die we tegenkomen zijn in het voorseizoen helaas nog gesloten. Ook het Visitor Centre blijkt nog gesloten. Gelukkig heb ik al eerder een kaartje van dit park van internet geplukt en volgens die kaart is Mule Deer de enige camping in Manning Provincial Park die zo vroeg in het seizoen open is. De camping is inderdaad open en druk is het er zeker niet. We zoeken een plekje bij de rivier uit. Op deze camping staat geen brievenbus-achtig iets waar je het staangeld kan achterlaten, maar wordt het ergens in de avond opgehaald door een ranger, oftewel stoere boswachter.

E.C. Manning Provincial Park ligt in het hart van het Cascade gebergte op slechts drie uur rijden van Vancouver. Het park heeft een grote verscheidenheid aan wandelroutes die variëren tussen een kwartier en zes dagen lopen. Manning Provincial Park bestaat uit ongeveer 70 000 hectare bosrijke bergen, diepe valleien, lieflijke alpine weides, meren en rivieren.

Terwijl ik aan het koken ben, komt inderdaad de ranger langs voor het innen van het kampeergeld. We krijgen een bonnetje terug voor achter de voorruit. Omdat we toch wel erg benieuwd zijn, vragen we hem of er een beetje wildlife op de been is. Hij vertelt dat hij elke dag wel een paar herten ziet, maar ze zitten nu vaak lager op de bergen waar minder sneeuw is. Voor kleine beestjes kunnen we op het grasveld bij het Visitor Centre kijken, want daar stikt het van de grondeekhoorns. Wij zijn weer een beetje gerustgesteld en kunnen verder met het eten. 's Avonds pakken we ieder een goed boek en nestelen we ons op de bank. Buiten is het muisstil, koud en donker, maar in de camper is het lekker knus.


Aantal gereden kilometers vandaag:  205 km

route 2 mei

begin reisverhaalvorige paginavolgende pagina