|
inleiding |
reisverhaal |
route |
reisinformatie en tips |
gastenboek |
menu
begin reisverhaal | vorige pagina | volgende pagina |
  | |
28 april 2004Woensdag 28 april trekken we zoals gepland de omgeving van Victoria in. 's Ochtends rond acht uur zitten we al achter het stuur en zijn we op weg naar Mount Douglas Park, wat ten noordwesten van Victoria ligt. Wanneer we daar aankomen rijden we door de bossen over een bochtige weg naar de hoogst gelegen parkeerplaats. Daar parkeren we de camper en zetten we alles klaar voor een rustig ontbijtje. Zo in een park ontbijten met verder niemand om je heen is erg goed voor het vakantiegevoel! Na het ontbijt is het tijd voor een korte wandeling naar de top van de berg voor een 360 graden uitzicht over de Cordova Bay, het platteland van Saanich, Victoria en de verder gelegen Olympic en Cascade gebergtes. Een kwartiertje lopen voor schitterende vergezichten.
Na deze ontbijtstop rijden we via het centrum van Victoria naar Fort Rodd Hill National Historic Site en het naastgelegen Fisgard Lighthouse. Bij de kassa kopen we een National Historic Pass en ook maar gelijk de National Park Pass. Hiermee kunnen we vervolgens alle nationale historic sites and nationale parken in zonder elke keer afzonderlijk te moeten betalen. Zo'n parkpas verdient zichzelf al snel terug als je meerdere parken wilt bezoeken of ergens meerdere dagen verblijft. Ideaal! Als eerste bekijken we, net voorbij de ingang, een film over Fort Rodd Hill en Fisgard Lighthouse. Tijdens de film blijkt dat er vanaf dit terrein eigenlijk nooit een schot gelost is. Na de film lopen we het openlucht museum in. Via het oude wachthuis komen we uit bij de kanonstellages en bunkers. Wat ons opvalt is dat alles wat er staat nog zo compleet is. Zo zit de zonnekap nog op de bunker en liggen er handschoenen op de stoel bij de mitrailleur. De exposities zijn goed opgezet en erg uitgebreid. Onder een heerlijk zonnetje struinen we de verschillende bunkers en ruimtes op ons gemak af. Terwijl we zo rondlopen, komt er een parkwachter naar ons toe. Hij waarschuwt ons voor een poema (cougar) die een aantal bezoekers een kwartiertje geleden hebben zien lopen bij de bosrand. De kans dat we de poema tegen zullen komen is volgens de parkwachter niet zo groot, maar mocht het gebeuren dan is het belangrijk om niet weg te rennen. Hij vertelt dat we dan rustig achteruit moeten weglopen. De parkwachter loopt vervolgens weer door om de mensen achter ons te waarschuwen. Wij houden gelijk links en rechts de bosrand in de gaten... met de video camera in de aanslag uiteraard. ![]() Over smalle paadjes lopen we naar het verderop gelegen Fisgard Lighthouse. Deze vuurtoren is helemaal een juweeltje om te zien. Een lieve, kleine vuurtoren in bordeaux rood en wit met op de achtergrond de zee. Vroeger stond de vuurtoren op een eilandje, maar inmiddels is deze verbonden met het vaste land. Over de weg lopen we naar de vuurtoren toe en gaan vervolgens naar binnen. Binnen is helemaal niemand, we hebben de vuurtoren voor ons zelf. Op de beneden verdieping en op de eerste etage is een kleine expositie over de vuurtoren en z'n bewoners. Erg leuk. De toren zelf is helaas gesloten voor bezoekers, omdat die nog steeds dienst doet als vuurtoren. Weer buiten lopen we een rondje om de vuurtoren en klauteren we over enorme rotsblokken die de vuurtoren enige bescherming geeft van de soms stormachtige zee. Op één van de rotsblokken hoog boven de zee gaan we even zitten om gewoon van de stilte en het uitzicht te genieten. Heerlijk is het hier. Het Fort Rodd Hill National Historic Site en het Fisgard Lighthouse vinden wij erg interessant en leuk om te bezoeken. We hebben er uiteindelijk dik twee en een half uur over gedaan om alles te zien. De poema zijn we (helaas?) niet tegen gekomen. ![]() We stappen de camper weer in en gaan op pad richting Tofino aan de zuidkust van Vancouver Island. Vanwege ons lange bezoek aan het museum en de vuurtoren gaan we Tofino vandaag niet meer halen. Rond drie uur stoppen we even in Goldstream Provincial Park voor een late lunch. Daarna maken we hier een wandeling van een half uurtje naar het Visitor Centre van Goldstream Provincial Park. Dit soort relatief kleine en onbekende provinciale parken zijn ideaal voor korte wandelingen. Tijdens de wandeling komen we langs enorme Redwood bomen. Erg indrukwekkend. Het Visitor Centre zelf stelt niet zoveel voor, dus na vluchtig wat rondgekeken te hebben, lopen we weer terug naar de camper en rijden we verder. Jeroen bestuurd de camper inmiddels alsof hij niets anders gewend is. Het gaat allemaal erg soepel zolang je onthoudt dat je wat breder bent dan normaal en dat je een loei van een dooie hoek hebt. Net voorbij Port Alberni rijden we Sproat Lake Provincial Park in. Het is alweer rond acht uur, dus in dit provinciaal park zoeken we een plekje om te overnachten. Moeilijk is dat niet. Van de vierenveertig plaatsen op de Upper Campground is er maar één bezet. We zitten duidelijk nog in het voorseizoen. Het is een provinciale camping, dus dat betekent geen stromend water en geen electra. Er is ook geen receptie o.i.d. We moeten het geld voor de overnachting in een envelop stoppen en deze in een bus bij de ingang deponeren. Het bonnetje gaat achter de voorruit van de camper en daarmee hebben we een plekje om te slapen vanavond.
|
||
|
begin reisverhaal | vorige pagina | volgende pagina |